Actueel
Berichten
Natuur & Milieu en Urgenda: waterschappen kunnen meer doen tegen bestrijdingsmiddelen in water
Reclame Code Commissie oordeelt: ‘Meest duurzame lelie van Nederland’ is misleidend
In de media
choner natuurwater? Waterschappen krijgen een duwtje in de rug
Het Nederlandse oppervlaktewater bevat veel meer pesticiden dan toegestaan. De waterschappen doen er te weinig aan, vinden twee organisaties die daarom een actieplan opstelden.
Waterschappen moeten ingrijpen om de Europese doelstelling voor schoon water te halen, want er is geen tijd te verliezen, vinden duurzaamheidsorganisatie Urgenda en Natuur & Milieu. Eind 2027 is de deadline, maar het Nederlandse oppervlaktewater voldoet bij lange na niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Dus presenteerden zij woensdag een handleiding, een actieplan waarmee ze waterschappen willen verleiden om meer te doen.
Bij bijna 80 procent van alle metingen van het oppervlaktewater worden te veel bestrijdingsmiddelen aangetroffen. TFA, een pfas-stof die ontstaat als bepaalde bestrijdingsmiddelen afbreken, zit bij 72 procent van de meetpunten in het ondiepe grondwater boven de norm. Daarmee is Nederland ver verwijderd van de doelen van de Europese richtlijn die in 2000 werd opgesteld. Die schrijft voor dat oppervlakte- en grondwater uiterlijk eind 2027 van goede kwaliteit moet zijn.
De handleiding die vandaag wordt gepresenteerd – en die is geschreven door juristen van de adviesbureaus Chemlegal en FLO Legal in opdracht van Natuur & Milieu en Urgenda – geeft juridische handvatten aan de waterschappen. Daarmee kunnen ze zelf vervuiling van het oppervlaktewater, vooral door pesticiden, tegengaan. Hun speelruimte is beperkt, maar waterschappen kunnen wel degelijk meer doen dan nu, zeggen de twee organisaties.
Het Nederlandse oppervlaktewater bevat veel meer pesticiden dan toegestaan. De waterschappen doen er te weinig aan, vinden twee organisaties die daarom een actieplan opstelden.
Dit artikel is geschreven doorLeon ZantingeGepubliceerd op 5 november 2026, 13:49BewarenDelen
Waterschappen moeten ingrijpen om de Europese doelstelling voor schoon water te halen, want er is geen tijd te verliezen, vinden duurzaamheidsorganisatie Urgenda en Natuur & Milieu. Eind 2027 is de deadline, maar het Nederlandse oppervlaktewater voldoet bij lange na niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Dus presenteerden zij woensdag een handleiding, een actieplan waarmee ze waterschappen willen verleiden om meer te doen.
Bij bijna 80 procent van alle metingen van het oppervlaktewater worden te veel bestrijdingsmiddelen aangetroffen. TFA, een pfas-stof die ontstaat als bepaalde bestrijdingsmiddelen afbreken, zit bij 72 procent van de meetpunten in het ondiepe grondwater boven de norm. Daarmee is Nederland ver verwijderd van de doelen van de Europese richtlijn die in 2000 werd opgesteld. Die schrijft voor dat oppervlakte- en grondwater uiterlijk eind 2027 van goede kwaliteit moet zijn.
De handleiding die vandaag wordt gepresenteerd – en die is geschreven door juristen van de adviesbureaus Chemlegal en FLO Legal in opdracht van Natuur & Milieu en Urgenda – geeft juridische handvatten aan de waterschappen. Daarmee kunnen ze zelf vervuiling van het oppervlaktewater, vooral door pesticiden, tegengaan. Hun speelruimte is beperkt, maar waterschappen kunnen wel degelijk meer doen dan nu, zeggen de twee organisaties.
Kaderrichtlijn Water
Al eerder schreven de milieuorganisaties twee van dergelijke handleidingen: een voor gemeenten en een voor provincies. Volgens Donna Stolwijk, medewerker landbouw en biodiversiteit bij Urgenda, vroegen verschillende waterschappen er zelf om: “Ambtenaren zeiden: jullie hebben al twee mooie handleidingen gemaakt, wanneer komt die voor ons?”
De KRW-doelen hadden al in 2015 gehaald moeten zijn. Het lukte Nederland om de deadline twee keer met zes jaar te laten uitstellen. Binnen waterschappen is discussie over wat er moet gebeuren om vervuiling van het water door bestrijdingsmiddelen te beperken. Met de handleiding proberen de twee organisaties waterschappen zover te krijgen dat ze in actie komen.
Wat waterschappen volgens de handleiding kunnen doen, is strengere regels stellen dan het Rijk, zolang ze het water beschermen tegen middelen die er via verwaaiing, afspoeling of drainage in terechtkomen. Waterschappen kunnen ook bredere spuitvrije stroken langs sloten verplichten, het gebruik van probleemstoffen zoals pfas-pesticiden in kwetsbare gebieden beperken of er een vergunning voor eisen, en boeren laten melden wanneer ze spuiten. Ook kunnen ze als grondeigenaar in pachtcontracten bestrijdingsmiddelen verbieden of alleen biologische boeren toelaten.
Precies dat laatste is het Brabantse waterschap De Dommel van plan: “Pachters in nieuwe contracten mogen van ons geen bestrijdingsmiddelen meer gebruiken”, zegt Judith Lammers, algemeen bestuurslid van Waterschap De Dommel namens de Partij voor de Dieren. Ze is blij met de handvatten uit de handleiding: “Als er juridisch meer mogelijk is om de KRW-doelen te halen, kun je niet anders dan ermee aan de slag gaan.”
Kritiek op toelating
Dat waterschappen zelf moeten ingrijpen, komt volgens de opstellers van de handleiding doordat de landelijke regels het water onvoldoende beschermen. De opstellers zijn kritisch op het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), dat beslist welke middelen op de markt mogen. Zo kijkt het Ctgb alleen naar wat tijdens het spuiten van bestrijdingsmiddelen naar het water waait, schrijven de juristen. Wat via drainagebuizen of bij hevige regen in de sloot belandt, tellen ze niet mee. Drainage is volgens het RIVM juist de belangrijkste route waarlangs bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater komen.
Een ander punt van kritiek in het rapport is dat het Ctgb niet kijkt naar de optelsom van stoffen, terwijl een mengsel giftiger kan zijn dan elke stof afzonderlijk. Ook kunnen telers de maximale dosering omzeilen door over te stappen op een ander middel met dezelfde werkzame stof.
Wachten op convenant
Landelijk wordt er al een half jaar gesproken over een convenant voor vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw) wil ‘meer uniformiteit’ en vroeg in april lokale overheden om ‘te wachten op landelijke regie’. In juli sloot hij een convenant ‘op hoofdlijnen’ met landbouworganisaties, supermarkten, gemeenten en de Unie van Waterschappen. Ook kondigde hij aan dat het Rijk zelf een pakket maatregelen maakt voor kwetsbare watergebieden. Wanneer dat er ligt, is onduidelijk. Volgens Natuur & Milieu en Urgenda is wachten niet verstandig en is er haast geboden bij het aanpakken van watervervuiling door pesticiden.
Dit artikel staat gepubliceerd in Trouw
Sint-Michielsgestel stelt spuitvrije zone van 50 meter in bij nieuwe woningen
Wie in Sint-Michielsgestel wil bouwen naast landbouwgrond, krijgt voortaan te maken met een nieuwe grens. De gemeente kiest voor 50 meter afstand tot percelen waar met bestrijdingsmiddelen gespoten wordt.
Bij alle nieuwe woningen, maar ook bij bijvoorbeeld nieuwe scholen en zorgsinstellingen, moet voortaan eerst worden beoordeeld of er voldoende afstand is tot gronden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
Hoewel in de wet niet is vastgelegd hoeveel afstand er moet zijn tussen woningen en percelen waarop beschermingsmiddelen worden gebruikt, gaat de gemeente uit van een uitspraak van de Raad van State die een richtafstand van 50 meter hanteert.
Afwijken van de 50 meter zone kan alleen in uitzonderlijke gevallen, zegt Sint-Michielsgestel. In alle gevallen moet het college van B en W daar een besluit over nemen.
De afstandsgrens van 50 meter geldt overigens alleen bij nieuwe woningen of andere nieuwbouwprojecten. Bij bestaande woningen hoeft geen afstandsgrens te worden gehanteerd. Daarbij gaat het belang van de gebruiker van de agrarisch grond boven het belang van de bewoners van bestaande woningen. De gemeente baseert zich hierbij ook op een uitspraak van de Raad van State.
Lees het volledige artikel in Brabants Dagblad