In de media
Wat is de stand van zaken in de lelieteelt? Van waarschuwende huisarts tot nieuwe regels in gemeente Westerveld
In de afgelopen maanden belichtte DVHN van alle kanten de leliebollenteelt in Drenthe. In deze laatste aflevering van de serie plaatsen we alles nog eens in perspectief. Wat hebben we ervan opgestoken? Wat is de stand van zaken in de lelieteelt nu?
Het begon allemaal met een interview met Evelien van Soldt in DVHN op 10 mei vorig jaar. De huisarts in Wapserveen zag in haar praktijk en haar omgeving naar eigen zeggen opvallend veel patiënten met Parkinson, ALS en kanker. Ook constateerde ze meer vroeggeboorten en aangeboren afwijkingen bij kinderen.
Al snelde legde ze het verband met het gebied waar ze woont en het feit dat er veel leliebollen worden geteeld, en de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen die op lelies worden gespoten. „Het is al jarenlang bekend dat mensen grote risico’s lopen door blootstelling aan bestrijdingsmiddelen”, liet Van Soldt optekenen door de dienstdoende verslaggeefster.
‘Ja, ik durf dit’
„Ja, ik durf dit”, sprak Evelien van Soldt zich uit, „iemand moet het doen en ik heb de kennis.” Dat was moedig, want de polarisatie over de lelieteelt in Drenthe groeide. Tot bekladdingen, intimidaties en bedreigingen aan toe. Ook het gezin van de huisarts kreeg daarmee te maken. Niet in de laatste plaats omdat haar echtgenoot Rieuwert de Haan zich ook steeds nadrukkelijker roerde als actievoerder tegen de lelieteelt.

Het overigens ongestaafde verband dat Van Soldt legde tussen de vele ziektegevallen in haar praktijk en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de sierteelt, triggerde de Drentse redactie van deze krant.
We besloten daarop zelf maar op onderzoek uit te gaan. Zijn de bestrijdingsmiddelen echt zo schadelijk voor onze gezondheid? Wat gebeurt er aan onderzoek? Wat doet de overheid om ons, inwoners van Drenthe, te beschermen? Wat doen de telers zelf om het middelengebruik terug te dringen? En last but not least: wordt er echt goud verdiend met die lelieteelt in Drenthe? Of ligt het allemaal een stuk genuanceerder?
Illegaal bezig
In de verhalenserie over de bollenteelt gingen we onder anderen op bezoek bij natuurbeschermer Geert Starre uit Meppel. Voor hem is het zo klaar als een klontje: we moeten direct stoppen met het gebruik van pesticiden. De zelfbenoemd jurist vocht menig robbertje uit in de rechtszaal tegen bijvoorbeeld de provincie Drenthe. „Iedereen die met een veldspuit het akkertje opgaat in Europa is illegaal bezig”, aldus Starre.
„Waarom zou je een gewas telen waar zoveel schadelijke stoffen voor nodig zijn”, vroeg hoogleraar milieu- en gezondheidrisico’s Jeroen van der Sluijs zich af. Hij maakte zich vooral zorgen over het welzijn van insecten in de buurt van leliepercelen.
‘Ongezond voor de mens’
Frans Rooijers en Guido Nijland van burgerinitiatief Meten=Weten plaatsten op hun beurt vraagtekens bij onderzoeksinstituten Ctgb en RIVM. „Er is geen norm voor de hoeveelheid giftige stoffen in de lucht. Je ademt het in, 24 uur per dag, zeven dagen per week (..) Dat is ongezond voor de mens. Dat is wetenschappelijk bewezen.”
Wetenschapsjournalist Simon Rozendaal wordt heel moe van dat soort beweringen. De als chemicus opgeleide Rozendaal schreef een boek over de zin en onzin van toxische stoffen: Paniek om niets. Hij noemt de discussie over de lelieteelt een ‘fantoomprobleem’.
Vitamine D2 is honderd keer zo toxisch als gewasbeschermingsmiddel glyfosaat
Want het gaat er niet om dát die stoffen worden aangetroffen, maar in welke mate ze toxisch en dus schadelijk zijn, stelde Rozendaal in een interview met deze krant. „Vitamine D2 is honderd keer zo toxisch als gewasbeschermingsmiddel glyfosaat.”
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), gevestigd op het Horapark in Ede, is gewend aan de voortdurende kritiek op hun toelatingen van toxische stoffen in bestrijdingsmiddelen.
„Gewasbeschermingsmiddelen behoren tot de best onderzochte stoffen ter wereld. We zouden geen middelen toestaan als we weten dat ze risicovol zijn”, weerlegde Nicole van Straten, manager gewasbeschermingsmiddelen van het Ctgb, de kritiek. De (Europese) normen zijn al streng, in Nederland worden de teugels nog strakker aangetrokken. „We zijn honderd keer strenger dan strikt noodzakelijk.”
Verband glyfosaat en Parkinson?
We brachten ook een bezoek aan het Rijkinstituut voor Volksgezond en Milieu (RIVM) in Utrecht. Daar wordt momenteel onderzoek gedaan naar het verband tussen het in de landbouw populaire bestrijdingsmiddel glyfosaat en een ziekte als Parkinson. Feit is dat die relatie nu nog steeds niet onomstotelijk vaststaat, ondanks alle beweringen en publicaties daarover.

Het RIVM gaat daarbij niet over één nacht ijs. Hun wetenschappelijke onderzoeken SPARK en OBO-2 nemen enkele jaren in beslag. „Een causaal verband is de heilige graal. Dat willen we heel graag en daar werken we hard voor”, sprak projectleider en neurotoxicoloog Harm Heusinkveld de hoop uit wetenschappelijk bewijs te leveren dat die directe relatie tussen glyfosaat en Parkinson bestaat. Of juist niet.
Geboorte van Drentse lelie
De maatschappelijke onrust over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt, al dan niet terecht, leidde er in ieder geval toe dat de achttien lelietelers in Drenthe zelf in beweging kwamen. In het project Duurzame Bollenteelt Drenthe, onder leiding van het Hilbrands Laboratorium (HLB) in Wijster, werden spectaculaire resultaten geboekt. De milieu-impact van de Drentse lelieteelt werd in vijf jaar met 50 procent teruggebracht.
De verduurzamingsslag kreeg een nieuwe impuls met de ‘geboorte’ van de Drentse lelie. Over drie jaar moet de lelieteelt qua gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op hetzelfde niveau zitten als bijvoorbeeld de teelt van aardappelen.

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) bevestigde onlangs in een nieuw onderzoek dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt de afgelopen vier jaar meer dan gehalveerd is.
Het betreft hier overigens landelijke cijfers. Want volgens HLB is de situatie in Drenthe zelfs nog aanmerkelijk gunstiger. „Ik vermoed dat we nu nog maar op zo’n 20 kilo gewasbeschermingsmiddelen per hectare lelieteelt zitten”, becijferde HLB-projectleider Ben Seubring.
Nieuwe bollensoorten
De provincie Drenthe jaagt de ontwikkelingen op de Drentse lelievelden aan met een forse subsidie van 750.000 euro en wil dat de telers hun progressie monitoren en zelfs publiek maken.
De telers zijn niet onverdeeld gelukkig met al die bemoeienissen van bovenaf. Zij zien wel de noodzaak van vergroenen. Maar de bijbehorende investeringen zijn fors. Er moeten compleet nieuwe bollensoorten worden aangeschaft, getest en ontwikkeld. Links of rechts mislukt nog wel eens een complete oogst. Dat kost kapitalen.
Lelies het nieuwe goud?
Dat de lelies het nieuwe goud zijn op het land, wordt door de sector zelf hevig betwist. Ja, de opbrengsten zijn hoog in vergelijking met andere teelten. Maar de risico’s ook. „Je doet het goed als de helft van alle hectares überhaupt geld oplevert”, constateerde lelieteler Gert Veninga uit Hijken in een tweeluik over de economie van de lelieteelt.
Los van de opbrengsten zijn er inmiddels andere zorgen voor de Drentse lelietelers. ‘s Lands hoogste bestuursrechter, de Raad van State, oordeelde vorig jaar dat de telers onverwijld moeten aantonen dat hun activiteiten geen schade toebrengen aan kwetsbare natuur, anders krijgen zij geen vergunning om te telen. De provincie Drenthe, die moet toezien op de handhaving, werkt nu samen met de telers aan een soort generieke voortoets.

Jurist Lolke Braaksma, verbonden als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelde vast dat regionale overheden best meer mogen doen om omwonenden te beschermen tegen de mogelijke schadelijke gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
In een interview met DVHN riep Braaksma provincie en gemeenten op zelf in actie te komen bij gebrek aan landelijke regelgeving. „Vaak wordt tegen een omwonende gezegd: ga zelf maar met de boer praten. Dat is niet de oplossing. De overheid moet zijn verantwoordelijkheid nemen, regels opstellen.”
Geen nieuwe sierteelt in Westerveld
Welnu, de provincie Drenthe verbiedt inmiddels de teelt van lelies binnen 250 meter van Natura 2000-gebieden. De gemeente Westerveld kondigde half december aan dat geen nieuwe sierteelt wordt toegestaan in de gemeente binnen een straal van 50 meter van bebouwing, sportvelden of scholen. Tegenstanders gaat het allemaal niet ver genoeg. Zij eisen dat het pesticidengebruik per direct wordt verboden.
Hoe het allemaal gaat uitpakken in de toekomst, zowel voor bezorgde omwonenden als voor de leliesector zelf, zal moeten blijken. Deze verhalenserie over de bollenteelt mag dan zijn gestopt, het laatste woord is er zeker niet over geschreven.
Dit bericht is op 6-1-26 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden
Na jaren van bewonersprotesten stelt Drentse gemeente tijdelijk sierteeltverbod in
De Drentse gemeente Westerveld verbiedt uitbreiding van sierteelt. Het gaat om een tijdelijke maatregel vooruitlopend op nieuwe regels. Veel bewoners van de gemeente maken zich zorgen over hun gezondheid omdat telers gebruikmaken van bestrijdingsmiddelen.
“Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen”, zegt wethouder Frank Foreman (VVD) bij RTV Drenthe. “Er leven zorgen bij onze inwoners, maar ook bij de telers. Wij vinden dat we duidelijkheid moeten bieden.”
In Westerveld, met kernen als Diever, Dwingeloo en Havelte, werd de afgelopen jaren vaak gedemonstreerd door bewoners, maar soms ook door lelietelers.
De sierteelt is omstreden nadat in 2019 op meerdere plekken in Drenthe in de buurt van lelieteelt 57 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen werden gevonden in groenten en in de bodem. Het RIVM concludeerde twee jaar later dat er een mogelijk verband is tussen die bestrijdingsmiddelen en neurodegeneratieve ziektes, zoals de ziekte van Parkinson.
Vijftig artsen, onder wie huisartsen, kinderartsen en jeugdartsen, riepen de gemeente Westerveld vorig jaar op om het gebruik van pesticiden dicht bij omwonenden per direct te verbieden.
Leliekwekers zelf zeggen dat ze zich aan de wet houden en alleen middelen gebruiken die zijn toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Bewonersdemonstraties
De gemeente bemiddelde de afgelopen jaren meermalen tussen bewoners en telers om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast moet wethouder Foreman regelmatig opdraven als bewoners protesteren tegen de aanleg van een sierteeltveld in de buurt van een basisschool of woonwijken.
“Ieder jaar staan we bij scholen en voeren we dezelfde gesprekken”, stelt hij. “Dan moeten we telers vragen te vertrekken op vrijwillige basis. Dat kan anders.”
We zijn een kleine gemeente en hebben geen kas om grote financiële risico’s te lopen. Frank Foreman, wethouder in gemeente Westerveld
Om te voorkomen dat boeren hun areaal fors uitbreiden of een nieuw veld aanleggen, komt hij nu met een tijdelijk verbod. In februari wil Foreman met definitieve regels komen. Hoe die er uit gaan zien, is nog niet duidelijk.
Op basis van onderzoek heeft de gemeente een aantal scenario’s uitgewerkt: van een totaalverbod tot helemaal niets doen. De voorlopige voorkeur van de wethouder en zijn collega-bestuurders gaat naar uit naar het maken van een strook van 50 meter tussen het veld met de sierteelt en de woningen en scholen. In die strook zou dan geen sierteelt meer mogen komen.
Juridisch houdbaar
“Dat blijkt juridisch het meest houdbaar”, zegt Foreman. “De Raad van State houdt nu ook 50 meter aan ten aanzien van nieuwbouw, dus dat lijkt ook handhaafbaar bij bestaande bouw. We willen geen maatregel nemen die we niet kunnen uitvoeren.”
De gemeente hoopt op deze manier ook zo min mogelijk schadeclaims van boeren te krijgen omdat ze last hebben van de maatregelen. “We zijn een kleine gemeente en hebben geen kas om grote financiële risico’s te lopen.”
Kop boven sierteeltveld
De gemeente Westerveld is een van de eerste gemeenten in Nederland die zelf initiatief neemt en regels opstelt. “We steken onze spreekwoordelijke kop boven het sierteeltveld uit”, aldus Foreman. Hij wijst erop dat ook gemeenten zoals Lochem (Gelderland), Weststellingwerf (Friesland) en Sevenum (Limburg) aan een specifiek sierteeltbeleid werken. “Wat ontbreekt is landelijk beleid. Het wordt nu een soort lappendeken.”
Het gevolg kan zijn dat uiteindelijk rechters het beleid maken, waarschuwt Foreman; omdat het niet meer gaat over wat de gemeente wil, maar wat bij de rechter standhoudt. “We willen echt dat het Rijk duidelijkheid geeft. Ook op thema’s als mest en stikstof blijft dat uit. Dat geeft in de landbouwsector veel onzekerheid.”
Dit artikel is op 18-12-25 gepubliceerd op NOS
Angst voor parkinson wint het van juridische twijfels: Lochem verbiedt lelieteelt
De angst voor parkinson, vervuild drinkwater en kapotte natuur wint het van de twijfels. De gemeenteraad van Lochem verbiedt niet-biologische lelieteelt, ook al vindt het eigen college het onnodig en lastig uitvoerbaar. „Dit soort regels horen op landelijk niveau”, zegt wethouder Marja Eggink. Maar de raad zet door.
Er mag geen niet-biologische lelieteelt meer bijkomen in Lochem, en ook bestaande percelen kunnen straks verboden worden. Dat heeft de gemeenteraad maandagavond unaniem besloten.
Bloementeelt waarbij chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, wordt eerst tijdelijk verboden totdat de nieuwe regels zijn opgenomen in het omgevingsplan.
Dat plan komt van LochemGroen! en kreeg steun van alle partijen, ondanks stevige kritiek van het college. Volgens wethouder Marja Eggink is het verbod onnodig en lastig uit te voeren. „Het gaat om een heel klein deel van ons grondgebied, slechts 0,08 procent. Wij vinden dat dit soort regels op landelijk niveau moet worden afgesproken, niet door een gemeente”, stelt ze.
Toch gaf ze aan dat het college zich aan het besluit zal houden, mits het juridisch uitvoerbaar is. „Als de raad dit besluit, voeren we het uit”, zei ze.
Brede steun ondanks kritiek
En dat gebeurde unaniem. Dus ook Marleen van der Meulen van coalitiepartij D66, ondanks haar bedenkingen. „Het verbieden van chemische middelen ligt helaas niet binnen het bereik van de gemeente. We kunnen alleen iets doen met de bestemming van percelen grond. Idealiter worden maatregelen op Europees niveau genomen, maar we stemmen wel voor.”
Ondanks de bedenkingen en kritiek vanuit het college, is Calle Janssen hoopvol over de haalbaarheid. „Het juridische advies laat geen twijfel: dit is haalbaar en het is een goed traject. Er zijn op dit moment geen aanvragen voor nieuwe lelieteelt in Lochem, maar we willen dit voor de toekomst uitsluiten.”
Gezondheid en natuur centraal
De discussie over niet-biologische sierteelt speelt al langer in Lochem. In april 2025 nam de raad unaniem een motie aan waarin het college werd gevraagd de juridische mogelijkheden voor een verbod te onderzoeken.
In september stelde het college dat een verbod niet haalbaar was. De raad trok die conclusie in twijfel en vroeg om juridisch advies van HBR Advocaten. Uit dat advies bleek dat een verbod wél mogelijk is, door eerst tijdelijke regels op te stellen en daarna het omgevingsplan aan te passen. Andere gemeenten, zoals Haaksbergen en De Friese Meren, hebben dit al gedaan.
De zorgen over niet-biologische sierteelt hebben vooral te maken met de intensieve bestrijding met chemische middelen, zoals glyfosaat. Omwonenden vrezen gezondheidsrisico’s, zoals een verhoogd risico op Parkinson, en schade aan natuur en drinkwater. Eerdere plannen voor lelieteelt in Lochem leidden tot felle protesten, waarna de gemeente de vergunning introk.
Met deze motie zet Lochem een volgende stap in de strijd tegen niet-biologische sierteelt. De komende anderhalf jaar moet blijken hoe het college dit besluit in de praktijk gaat uitvoeren en welke gevolgen het heeft voor agrariërs in de regio.
Dit bericht is op 9-12-2025 gepubliceerd in De Stentor.
Juryvoorzitter Duurzame 100 over de winnaar: ‘Pesticiden vind je in huisstof, natuurgebieden en op schoolpleinen. Dat weet nu iedereen’
Jarenlang was Meten=Weten een subtopper in de Duurzame 100. De toppositie is een kroon op het werk van de vereniging, zegt juryvoorzitter Hanneke van Ormondt. ‘Ze hebben echt wat aangezwengeld.’
De Duurzame 100 mag dan inmiddels zeventien jaar bestaan, van stilstand is allerminst sprake. Bijna de helft van de initiatieven komt dit jaar nieuw binnen. Acht van de tien categorieën hebben een nieuwe nummer 1 gekregen.
Een allesomvattende trend is daarbij lastig te bespeuren: de Duurzame 100 van 2025 biedt ruimte aan meerdere verhaallijnen. Projecten die duurzaamheid juist koppelen aan armoedebestrijding en de emancipatie van kwetsbare groepen deden het goed. Ook initiatieven die het recht inzetten om maatregelen af te dwingen wanneer de overheid dat nalaat zijn in opkomst, bijvoorbeeld in de vorm van twee collectieven van duurzame advocaten.
Ook de nummer 1 van dit jaar springt in een gat dat de overheid laat vallen. Meten=Weten maakte al jaren met eigen onderzoek duidelijk hoe wijdverspreid bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving zijn terug te vinden. “Ze hebben echt iets aangezwengeld”, vindt juryvoorzitter Hanneke van Ormondt. “Pesticiden vind je terug in huisstof, in natuurgebieden en op schoolpleinen. Dat weet nu iedereen.” Die kennis speelde dit jaar bovendien een rol bij enkele baanbrekende uitspraken van rechters over middelengebruik.
Bestrijdingsmiddelen waren groot thema
Vooral in Drenthe, de bakermat van Meten=Weten, groeide de discussie over bestrijdingsmiddelen uit tot een groot thema. Dat was goed terug te zien in de lijst met nominaties. Daarop prijkt ook een nieuwkomer als AARDige Buren, een collectief dat omwonenden ondersteunt bij rechtszaken over pesticiden, maar dat ook via gesprekken met telers en hun buren probeert om juridische stappen te voorkomen. AARDige Buren eindigde op 7 in de categorie gezondheid.
Nieuw dit jaar was verder Gifvrij Westerveld, een initiatief van bezorgde Drentse huisartsen over de gezondheidsschade door bestrijdingsmiddelen uit de bollenteelt. Dat viel net buiten de lijst. Dat gold ook voor het Pesticide Action Network Netherlands (Pan), dat vorig jaar nog wél in de lijst stond. “De hoeveelheid initiatieven laat zien dat het thema leeft”, zegt Van Ormondt. “Meten=Weten is daarbij beloond met de eerste plaats in de lijst, maar dat straalt net zo goed af op de andere collectieven rond dit thema.”
Opvallende nieuwkomers
De jury van de Duurzame 100 bestaat uit twaalf specialisten met verschillende invalshoeken. Zij vergaderen twee middagen over wat er in de lijst met nominaties opvalt. Elk jurylid stuurt vervolgens zelf een beoordeling in: daarbij maakt ieder zijn eigen afwegingen. In die zin is de Duurzame 100-jury nooit unaniem. En zeker dit jaar niet.
“We hadden dit jaar een zeer gemêleerde jury, en dat is juist goed”, zegt Van Ormondt. “Het is mooi om de discussies te zien: ik zit bijvoorbeeld helemaal niet in de sport- en cultuurwereld en ook een deel van de startende ondernemers kende ik nog niet.” Sinds vorig jaar bestaat de Duurzame 100 uit tien verschillende categorieën met elk een eigen top 10. “Dat zorgt voor een bredere lijst.”
Welke opvallende nieuwkomers zijn haar bijgebleven? Transitietaal bijvoorbeeld, het initiatief van taalstrateeg Jens van der Weele om de terminologie van de klimaat- en duurzaamheidsdiscussie onder handen te nemen. Hij spreekt niet over het broeikaseffect, maar over een ‘hete koolstofdeken’ en ziet bijvoorbeeld de ‘plofkip’ van Wakker Dier als een succesvolle voorbeeldterm. “Heel belangrijk”, vindt Van Ormondt. “Juist rechts-populisten spelen vaak met taal en creëren zo sterke beelden. Dat zouden organisaties die zich met klimaat en natuur bezighouden veel meer kunnen doen.”
Dit bericht is op 10/10/25 gepubliceerd in Trouw
Hilvarenbeek is in 2040 vrij van bestrijdingsmiddelen, boeren zijn teleurgesteld
Na 2040 mag geen enkel bedrijf nog chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken in Hilvarenbeek. Aan het plan dat al bestond, is nu de deadline van vijftien jaar gehangen. ‘Het gaat om een gezond woon- en leefklimaat.’
„Het is niet morgen al juridisch afdwingbaar, maar wel een stip op de horizon”, zei Jelle van den Corput (HOI Werkt) tijdens de behandeling van de zogenoemde omgevingsvisie. Daarin staan de ambities van de gemeente Hilvarenbeek tot 2050.
De publieke tribune bleek afgelopen week klein voor de behandeling van de visie. Die mensen kwamen vanwege de plannen waar de agrarische sector mee te maken krijgt. Zo worden er zo snel mogelijk spuitzones van vijftig meter uitgezet. Als er nieuwe woningen, een school of bijvoorbeeld een zorginstelling worden gebouwd, dan mogen daar geen bestrijdingsmiddelen in de buurt worden gebruikt.
„We moedigen de sector aan om te innoveren. Om kleinschalige modellen in te richten. We staan verschillende vormen van bedrijvigheid toe en we werken naar duurzaamheid, een grotere rol voor de natuur. Het gaat om een gezond woon- en leefklimaat”, zei wethouder Piet Machielsen daarover.
Voordat de visie werd besproken, hield Anouk Moonen een gloedvol betoog om de landbouw niet te beperken. Haar familie heeft een melkveebedrijf. „Ik zie veel ontwikkelingen, veel kansen om te investeren in technische oplossingen. Om een circulaire landbouw na te streven. Daar heb je wel bedrijven van omvang voor nodig. Binnen deze omgevingsvisie zijn daar geen mogelijkheden voor.”
Dat is 45 miljoen euro afwaardering. Die kosten zullen we samen moeten betalen– Bart Rijnen, ZLTO
Bart Rijnen, voorzitter van de ZLTO in Hilvarenbeek en omgeving, rekende voor dat landbouwgrond veel minder waard zou worden. Want niet spuiten betekent beperkingen voor het gebruik. ,,In Hilvarenbeek gaat het om 450 hectare, dat is 45 miljoen euro afwaardering. Die kosten zullen we samen moeten betalen.”
Het CDA en de VVD probeerden nog de zones uit de visie te krijgen. Waarom voorop lopen als hogere overheden daar nog niet om vragen? Het CDA vormt met HOI Werkt een coalitie, maar op dit punt werden ze het donderdag niet eens. HOI Werkt bleef achter de keuzes van de gemeente staan.
Het inrichten van zones van 250 meter bij Natura 2000-gebieden werd wel afgezwakt, met steun van HOI Werkt. Daarover hadden CDA en VVD de koppen bij elkaar gestoken en een wijziging van de visie geschreven. Die zones worden pas ingericht als de provincie daarover een besluit heeft genomen.
Ook over woningbouw zijn voornemens geformuleerd. Zo is onder meer bepaald dat er uiteindelijk maar vier lagen hoog gebouwd mag worden. Leegstaande winkelpanden buiten het winkelgebied kunnen een andere bestemming krijgen. En hout stoken mag niet meer, behalve in een kacheltje thuis.
Dit bericht is op 29/09/25 gepubliceerd in het AD
Gebruik van bestrijdingsmiddelen met steeds meer argwaan bekeken
Het wordt steeds duidelijker welke schadelijke gevolgen bestrijdingsmiddelen hebben voor de natuur en onze gezondheid. Parkinson en kanker worden ermee in verband gebracht en dit jaar verbood de rechter op twee plekken het gebruik ervan.
Tot diep in beschermde natuurgebieden komen bestrijdingsmiddelen voor. Dat concludeerde De Vlinderstichting na eigen onderzoek. Het was slechts een opsomming van tien Natura 2000-gebieden en welke bestrijdingsmiddelen daar waren aangetroffen.
Het was dan ook nog maar het begin van een groter onderzoek van De Vlinderstichting naar de gevolgen van bestrijdingsmiddelen. Maar het was wel weer een signaal dat de natuur en bestrijdingsmiddelen met elkaar op gespannen voet leven. En ook de volksgezondheid komt steeds vaker om de hoek kijken.
Zo worden bestrijdingsmiddelen in verband gebracht met ziektes als parkinson en kanker. “Het is duidelijk dat bij het binnenkrijgen van een bepaalde hoeveelheid pesticiden dat parkinson kan veroorzaken”, weet Teus van Laar, neuroloog bij het UMC Groningen. Ook huisartsen die op plekken werken waar veel met bestrijdingsmiddelen wordt gewerkt, zien meer gevallen van parkinson, vertelden ze in meerdere media.
Bij Franse wijnboeren is parkinson een bekende ziekte en deze zomer concludeerden Italiaanse onderzoekers dat ratten vaker kanker krijgen als ze meer van de onkruidbestrijder glyfosaat binnenkrijgen. Als uit verder onderzoek inderdaad blijkt dat glyfosaat kanker kan veroorzaken, dan moet het gebruik ervan direct verboden worden, stelde de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO).
Maar het is lastig te bepalen welke hoeveelheid het gebruik van pesticiden wel geoorloofd maakt, zegt Van Laar. “Elk individu reageert er ook anders op. Net als met roken.”
“Als je heel voorzichtig bent, gebruik je helemaal niks. Het is zoeken naar een balans”, zegt Annemarie van Wezel. Zij is hoogleraar Milieukwaliteit en Gezondheid aan de Universiteit Utrecht.
Waterdieren gaan dood door cocktails van middelen
Van Wezel zit ook in het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Een hele mond vol, maar kortgezegd de instantie die beoordeelt welke bestrijdingsmiddelen in Nederland gebruikt mogen worden. Biociden horen daar ook bij: bijvoorbeeld desinfectie- of schimmelbestrijdingsmiddelen, die veel in keukenkastjes te vinden zijn.
Bij de toelating van een middel kijkt het Ctgb naar het individuele bestrijdingsmiddel. Naar het totaal aan aanwezige middelen in het milieu kijkt het college niet. Terwijl juist die mix aan bestrijdingsmiddelen in bijvoorbeeld het water ervoor zorgt dat veel planten en dieren doodgaan, zoals je in het verhaal hieronder kunt lezen.
“Die ‘cocktails’ zijn zeker relevant”, zegt Van Wezel. “We proberen bij het Ctgb te signaleren hoe de wetgeving kan verbeteren, maar we zijn wel gebonden aan de huidige wetgeving.” Met andere woorden: als in de wet staat dat bepaalde middelen toegestaan zijn, dan kan het Ctgb niet bepalen dat die middelen toch niet op de markt mogen worden toegelaten.
Ook lastig is dat niet altijd duidelijk is welke mix van bestrijdingsmiddelen een giftige cocktail vormt. “Wisten we dat maar”, verzucht Van Laar.
Rechters streng over gebruik bestrijdingsmiddelen
Hoewel bepaalde middelen zijn toegelaten, moet er strenger gekeken worden naar de schade die bestrijdingsmiddelen aanrichten, oordeelden twee rechters in de afgelopen maanden. Deze zomer oordeelde de rechter dat een Limburgse lelieteler drie jaar lang geen pesticiden mag gebruiken. Het is volgens de rechter niet duidelijk wat het risico is op parkinson en andere ziektes.
In april was het de Raad van State (de hoogste bestuursrechter) die vond dat lelietelers in Drenthe een natuurvergunning hadden moeten aanvragen voor het gebruik van pesticiden.
Als onduidelijk is welke gevolgen bestrijdingsmiddelen hebben op de natuur, is zo’n vergunning nodig. Dat kan grote gevolgen hebben voor telers. LTO sprak van een uitspraak die in de praktijk “onuitvoerbaar” is.
Neuroloog Van Laar vindt dat de uitspraken van de rechter “hoop bieden”. “Dat zijn heel belangrijke uitspraken. Want het wordt steeds duidelijker dat we voorzichtiger moeten zijn.”
Veel mogelijkheden om geen pesticiden te gebruiken
Van Wezel vindt dat boeren soms te snel naar de gifspuit grijpen. “Heel veel agrariërs zijn nog opgeleid met het idee dat het vanzelfsprekend is om pesticiden te gebruiken. Terwijl er heel veel mogelijkheden zijn om geen chemische middelen te gebruiken”, zegt de hoogleraar.
“Door een andere inrichting van de landbouw denk ik dat je het gebruik van pesticiden sterk kunt verminderen”, stelt ze. “Bijvoorbeeld door gebruik te maken van natuurlijke vijanden en groenere middelen, maar ook door preciezere toediening wanneer chemie wel nodig is. Daar ben ik absoluut voor.”
Om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te minderen, zijn politieke besluiten nodig. “Dat kan sneller dan het nu gaat. Maar dat heeft ook te maken met draagvlak en een sterke lobby”, zegt Van Wezel.
Ook Van Laar ziet die sterke lobby. Hij heeft “niet de illusie” dat er binnenkort geen bestrijdingsmiddelen meer worden gebruikt. Er zijn volgens hem te veel financiële belangen om in de landbouwsector zomaar te stoppen met bestrijdingsmiddelen.
“We gaan door tot het tegendeel bewezen is, wordt altijd gezegd”, stelt de neuroloog. “Maar stel je voor dat je woont bij zo’n akker waar lelies worden geteeld. Dan ben je toch aardig de sjaak.
Dit artikel is op 24-08-2025 gepubliceerd op Nu.nl
Nederland beschermt burgers niet genoeg tegen risico’s op parkinson, oordeelt gerechtshof
In een uitspraak over pesticiden bij lelieteelt geeft het gerechtshof in Den Bosch de wetgever en de toelatingsorganisatie een veeg uit de pan. De middelen zijn niet getoetst op risico’s op parkinson of ontwikkelingsstoornissen bij jonge of ongeboren kinderen.
Een boer in het Limburgse Sevenum mag de komende drie jaar geen bestrijdingsmiddelen gebruiken bij de teelt van lelies. Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch oordeelde dinsdag dat de boer een bijzondere zorgplicht heeft voor direct omwonenden en dat hij een onrechtmatige daad pleegt als hij volgens plan in 2027 een van zijn akkers in de buurt van een woonwijk gebruikt voor lelieteelt.
In zijn uitspraak in hoger beroep geeft het hof de Nederlandse staat een stevige tik op de vingers. De regelgeving in Nederland schiet tekort om kwetsbare groepen te beschermen tegen risico’s voor de gezondheid bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, stelt het hof.
Voorzorgsbeginsel
Tijdens de toelatingsprocedure voor de middelen die de lelieteler wil gebruiken is geen onderzoek gedaan naar risico’s op de ziekte van Parkinson en andere neurodegeneratieve ziektes, en op ontwikkelingsstoornissen voor jonge of ongeboren kinderen. Dat had wel gemoeten, oordeelt het hof, omdat de middelen een potentieel gevaar opleveren voor het ontstaan van deze ziektes.
In geval van twijfel kan de overheid het voorzorgsbeginsel toepassen door het gebruik van middelen te beperken of te verbieden. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) had daarom wetenschappelijke deskundigen om een risicobeoordeling moeten vragen. Zo’n beoordeling is verplicht als gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.
Geen adequate nationale wetgeving
Een teler moet erop kunnen vertrouwen dat bij het gebruik van toegelaten middelen geen reëel gevaar op gezondheidsschade bestaat, zegt het hof. Maar bij de boer in Sevenum is hiervan geen sprake, omdat Nederland zich niet aan de Europese verplichting voor een risicobeoordeling heeft gehouden.
Daar komt nog bij dat Nederland volgens het hof een Europese richtlijn over duurzaam gebruik van pesticiden niet goed in de nationale wetgeving heeft verwerkt. Volgens die richtlijn moet een lidstaat het gebruik van pesticiden minimaliseren in gebieden met kwetsbare groepen als kinderen, ouderen en zwangere vrouwen. In plaats daarvan heeft Nederland een algeheel verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ingevoerd, maar daarvan is onder andere gebruik in de landbouw uitgezonderd.
GroenLinks-PvdA: Goed nieuws
In mei vorig jaar oordeelde de rechtbank in Roermond al dat de boer in Sevenum geen gif mocht spuiten. Die zaak was aangespannen door 35 omwonenden. Op advies van LTO Nederland en de Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur (KAVB) ging de boer in hoger beroep bij het gerechtshof. Dat bevestigt het spuitverbod en legt de bal nu bij de wetgever.
“De uitspraak is goed nieuws voor mensen die zich zorgen maken over hun gezondheid, en ook voor de natuur”, zegt Tweede Kamerlid Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) in een reactie. “Belangen als volksgezondheid, voedselzekerheid en een gezonde natuur moeten veel zwaarder gaan wegen. Met deze uitspraak in de hand is wetgeving de volgende logische stap. Dat zal van het volgende kabinet moeten komen. Het huidige kabinet laat boerenbelangen zwaarder wegen dan volksgezondheid.”
“We zijn enorm opgelucht”, zegt omwonende Carel Otten. “We hopen dat de overheid overmatig pesticidengebruik rondom woningen gaat verbieden, zodat wij niet meer tegenover telers in de rechtbank hoeven te staan.”
114 kilo pesticiden per hectare
De omwonenden kregen steun van Aardige Buren, een coalitie van maatschappelijke organisaties die bewoners helpt op te komen voor een gezonde leefomgeving. De organisatie wijst erop dat de toelatingsprocedure voor pesticiden hiaten bevat en dat de overheid nalatig is.
Boeren telen vaak lelies als ‘tussengewas’, om te voorkomen dat de grond uitgeput raakt door de teelt van steeds dezelfde gewassen. Met een goede oogst kan de grond herstellen én valt er goed te verdienen. Telers voeren geregeld aan dat ze maar eens in de zoveel jaar spuiten wat voor lelies nodig is, en dan alleen van mei tot september. Aardige Buren stelt daartegenover dat voor de lelieteelt 114 kilo pesticiden per hectare nodig is, tegen 25 kilo bij tulpen, 8 bij aardappelen en 3 bij tarwe.
Dit artikel is op 22-07-2025 gepubliceerd in Trouw.
Hof bevestigt verbod op lelieteelt in Sevenum om gezondheidsrisico voor omwonenden
Inwoners van Sevenum krijgen voorlopig geen lelieteelt naast hun huis. Het gerechtshof van Den Bosch bevestigde dinsdag het verbod op lelieteelt naast een woonwijk in het Limburgse dorp. Voor de teelt zijn veel bestrijdingsmiddelen nodig, die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid.
De uitspraak is de derde juridische nederlaag voor Nederlandse lelietelers in iets meer dan een jaar tijd. Vorig jaar legde de rechtbank Roermond in een kort geding al een verbod op. In april oordeelde de Raad van State in een andere zaak dat lelieteelt mogelijk schadelijk is voor de natuur, en dus vergunningsplichtig. Donderdag bevestigde het hof het eerdere verbod, en de kritiek op het handelen van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Voor de teelt van lelies zijn uitzonderlijk veel bestrijdingsmiddelen nodig. Het wetenschappelijke bewijs dat die middelen bij mensen tot neurodegeneratieve ziektes kunnen leiden, zoals parkinson, groeit de laatste jaren. Ook lijken ze invloed te hebben op de ontwikkeling van (ongeboren) kinderen. In de toelatingsprocedure van het Ctgb is echter geen aandacht voor dergelijke risico’s. Ook heeft Nederland niet de vereiste risicobeoordeling laten uitvoeren. Het Ctgb bevestigt dit.
Voorzorgsbeginsel
Het gerechtshof oordeelt dat dit in strijd is met het zogeheten voorzorgsbeginsel. Hoewel de middelen die de teler wil gebruiken zijn toegestaan, kan hij er dus niet van uitgaan dat het gebruik niet ten koste zal gaan van de gezondheid van omwonenden. Het hof verbiedt daarom lelieteelt op het perceel tot eind 2028.
Het hof wijst er ook op dat Nederland de Europese richtlijn omtrent duurzaam gebruik van pesticiden niet goed heeft ingevoerd. Daarin staat dat lidstaten het gebruik van zulke middelen in de buurt van kwetsbare groepen, zoals kinderen en ouderen, moeten minimaliseren. Dat is niet in de Nederlandse wet opgenomen, waardoor de bescherming van die kwetsbare groepen tekortschiet.
De zaak is aangespannen door 35 omwonenden van het perceel. Sommigen wonen op enkele tientallen meters van de grond waar de lelies zouden verschijnen. De teler bood aan een bufferzone aan te houden van 50 meter en het aantal middelen te beperken, maar dat was voor de omwonenden niet genoeg. Zeven van de middelen die hij wilde gebruiken, kunnen mogelijk hersenschade aanrichten.
‘Sectoraangelegenheid’
In mei vorig jaar oordeelde de rechtbank Roermond dat de kans op gezondheidsschade bij omwonenden zwaarder weegt dan het commerciële belang van de teler. Daarbij wees de rechter op het hoge gebruik van bestrijdingsmiddelen bij lelieteelt en het feit dat resten daarvan tot op 250 meter afstand terug worden gevonden.
De teler zelf zag aanvankelijk af van hoger beroep, maar brancheorganisaties LTO en KAVB noemden de zaak een ‘sectoraangelegenheid’. Zij zagen de uitspraak als een bedreiging voor de lelieteelt in heel Nederland. De teler ging alsnog in beroep en zei tijdens de zitting: ‘Ik zit hier voor al mijn collega’s.’
Het vonnis van de rechtbank geldt vooralsnog alleen voor het perceel in Sevenum, en tot 2028. Maar ook elders in het land hebben omwonenden rechtszaken aangespannen tegen lelietelers. Deze uitspraak versterkt hun positie in de rechtbank.
‘We zijn enorm opgelucht’, zegt Carel Otten, een van de omwonenden. ‘Nu hopen dat de overheid overmatig pesticidengebruik rondom woningen gaat verbieden, zodat wij niet meer tegenover telers in de rechtbank hoeven te staan.’
Dit artikel stond op 22-07-2025 in De Volkskrant.
Opinie: verbied pesticiden in de bloementeelt, ook al is er nog geen bewijs voor de risico’s ervan
Als wetenschappers dringen wij erop aan pesticiden in de bloementeelt te verbieden nog vóór er wetenschappelijk bewijs is voor de schade die dit met zich meebrengt. Tijd om daarop te wachten, hebben we namelijk niet, betogen Nico van den Brink en Paul van den Brink.
Nico van den Brink is hoogleraar Toxicologie aan Wageningen Universiteit. Paul van den Brink is hoogleraar Chemische Stress Ecologie aan Wageningen Universiteit.
De laatste tijd is er veel discussie over de risico’s voor biodiversiteit en de mens van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw, met name in de bloemen- en bloembollenteelt. Boeren zeggen dat ze niks verkeerd doen: alle stoffen die ze gebruiken zijn toegestaan. Bewoners brengen daar tegenin dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt geassocieerd met de teruggang van biodiversiteit en een toename van neurologische aandoeningen als parkinson en alzheimer. Beide partijen hebben gelijk.
Dus hoe nu verder? De toelating is opgetuigd om de grenzen aan te geven van wat aanvaardbare risico’s zijn. Bij dit ‘risicoprincipe’ worden de risico’s van het gebruik van bestrijdingsmiddelen afgewogen tegen de voordelen van hetgeen we willen beschermen. Die risico’s, die er altijd zijn als moedwillig bestrijdingsmiddelen in het milieu worden gebracht, worden wetenschappelijk vastgesteld. Of ze aanvaardbaar zijn, is vervolgens een maatschappelijke afweging.
Bij gebrek aan onomstotelijk wetenschappelijk bewijs dat bestrijdingsmiddelen leiden tot neurologische aandoeningen en verlies van biodiversiteit, blijft die maatschappelijke besluitvorming achter. En gezien de alarmerende signalen die erop duiden dat hier wel degelijk een relatie tussen bestaat, is dat onaanvaardbaar.
Bewijs laat op zich wachten
Parkinson én het verlies aan biodiversiteit kennen vele oorzaken, even als het verlies van biodiversiteit– het leggen van een causaal verband met bestrijdingsmiddelen is daarom erg ingewikkeld. Het bewijs voor een oorzakelijk verband kan echter nog lang op zich laten wachten. Maar die tijd hebben we niet.
Ook al zijn wij wetenschappers, pleiten wij er daarom voor om niet te wachten op wetenschappelijk bewijs. Op basis van het zogenoemde ‘voorzorgsprincipe’ hoeft men niet te wachten met milieubeschermende maatregelen totdat onomstotelijk bewijs van de schadelijke effecten is geleverd, aldus artikel 1.4 van de verordening die de toelating van bestrijdingsmiddelen voor de EU regelt.
De bloemen- en bloembollenteelt lenen zich goed voor het gebruik van het voorzorgsprincipe, aangezien het bestrijdingsmiddelengebruik in deze teelt erg hoog is en de sector geen voedsel produceert wat vaak een argument voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen is.
Bied boeren compensatie
Vanuit het voorzorgsprincipe stellen wij dan ook dat er snel besloten moet worden om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bloemen- en bloembollenteelt te verbieden. Boeren zullen dan over moeten naar alternatieve teelten, op basis van duurzame methodes die momenteel ontwikkeld worden. Hiervoor moeten ze tijd krijgen. Of ze moeten op een andere manier worden gecompenseerd.
Verlies van biodiversiteit heeft niet alleen gevolgen voor de natuur, maar bijvoorbeeld ook voor onze landbouw, het toerisme en andere sectoren. En parkinson en vergelijkbare aandoeningen zijn mensonterend.
Deze aanpak is overigens niet nieuw: we hebben dit eerder gedaan. Namelijk in relatie tot asbest.Als we in dat dossier op het sluitend wetenschappelijk bewijs hadden gewacht, waren er nog veel meer slachtoffers te betreuren geweest.
Deze opinie is gepubliceerd in De Volkskrant.
Gemeenten worstelen met lelieteelt, maar andere landen willen de bollen graag hebben. Hoe zit dat?
De lelieteelt staat onder druk in Nederland. In verschillende gemeenten, ook in Fryslân, wordt geprotesteerd tegen het intensieve gebruik van pesticiden bij de teelt van de bloemen. Toch behoren leliebollen tot de meest geëxporteerde bloembollensoorten. Hoe kan dat?
Al jarenlang worden de Nederlandse leliebollen vooral geëxporteerd naar China, de Verenigde Staten, Vietnam, Mexico en Colombia. De bloem heeft in die landen vaak een grote culturele betekenis.
In China bijvoorbeeld staat de lelie symbool voor een lang en gelukkig huwelijk. Vrouwen krijgen daarom vaak op hun trouwdag een boeket lelies.
Raad Weststellingwerf
In Friesland worden op tientallen hectares leliebollen geteeld. Gemeenten worstelen ermee: aan de ene kant zijn er inwoners die zich zorgen maken over hun gezondheid vanwege pesticiden. Aan de andere kant is er ook het belang van de lelieteler, waarmee ze rekening willen, of moeten, houden.
Maandagavond wordt er in de gemeenteraad van Weststellingwerf gesproken over de lelie. Burgemeester en wethouders willen toewerken naar een verbod op nieuwe lelieteelt. Bestaande teelt verbieden is juridisch gezien een lastig verhaal.
Ook andere gemeenten worden strenger als het gaat om lelieteelt. Onlangs legde ook de gemeente De Fryske Marren beperkingen op.
Lees het hele artikel van Omrop Fryslân hier.
Yvon Jaspers maakt programma over Parkinson na diagnose broer
Yvon Jaspers werkt aan een programma over parkinson, nadat de ziekte een jaar geleden werd vastgesteld bij haar 43-jarige broer Willem. Met het maken van het programma voelt Jaspers zich alsof ze „in een spagaat zit”.
Yvon Jaspers: ’Link tussen parkinson en het boerenbestaan’
„Bestrijdingsmiddelen, pesticiden die wereldwijd gebruikt worden in de landbouw om ons voedsel te produceren en waarvan we denken dat het oké is omdat het gebruik ervan is goedgekeurd, spelen een aantoonbare rol in het krijgen van parkinson”, aldus de presentatrice, die veel programma’s maakt over het boerenleven. „Dus enerzijds is er het boerenbestaan waar ik al twintig jaar met veel liefde televisie over maak en anderzijds is er nu mijn broer die zo jong parkinson heeft.”
Voor Jaspers is het een verhaal dat ze niet kan negeren. Ze voert gesprekken met een neuroloog van het Radboud UMC in Nijmegen. „Met een groot team doet hij al jaren onderzoek naar het gezondheidseffect van bestrijdingsmiddelen. Hij liet me landkaarten zien, van onder andere Frankrijk en Canada. Die tonen aan dat parkinson vooral voorkomt in landbouwgebieden.”
Lees het hele artikel hier van de Telegraaf.
Onderzoekers vinden verband tussen glyfosaat en kanker bij proefdieren
Een grootschalig internationaal onderzoek met ratten laat een statistisch significant verband zien tussen glyfosaat – de werkzame stof van onkruidverdelger Roundup – en kanker. Deskundigen noemen de bevindingen “baanbrekend” en “zorgwekkend”. Zij vinden dat de Europese toelatingsautoriteiten de stof zo snel mogelijk moeten herbeoordelen.
Onderzoekers uit Europa en de Verenigde Staten vonden onder meer een statistisch significant verband tussen glyfosaat en leukemie. Ook was er een link met meer dan tien andere tumoren, waaronder huid- en leverkanker. Daniele Mandrioli, die de leiding had over de studie, vertelt dat er met drie verschillende concentraties glyfosaat is getest. “We zagen in elke testgroep meerdere tumoren. Dat versterkt het bewijs dat de stof kankerverwekkend is.”
De onderzoekers van onder meer het Ramazzini Instituut, King’s College London en Boston College hebben niet alleen de werkzame stof glyfosaat getest, maar ook twee pesticiden mét glyfosaat, waaronder een type Roundup dat in Europa wordt gebruikt.
Lees het hele artikel hier op Zembla.
Wat is de stand van zaken in de lelieteelt? Van waarschuwende huisarts tot nieuwe regels in gemeente Westerveld
In de afgelopen maanden belichtte DVHN van alle kanten de leliebollenteelt in Drenthe. In deze laatste aflevering van de serie plaatsen we alles nog eens in perspectief. Wat hebben we ervan opgestoken? Wat is de stand van zaken in de lelieteelt nu?
Het begon allemaal met een interview met Evelien van Soldt in DVHN op 10 mei vorig jaar. De huisarts in Wapserveen zag in haar praktijk en haar omgeving naar eigen zeggen opvallend veel patiënten met Parkinson, ALS en kanker. Ook constateerde ze meer vroeggeboorten en aangeboren afwijkingen bij kinderen.
Al snelde legde ze het verband met het gebied waar ze woont en het feit dat er veel leliebollen worden geteeld, en de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen die op lelies worden gespoten. „Het is al jarenlang bekend dat mensen grote risico’s lopen door blootstelling aan bestrijdingsmiddelen”, liet Van Soldt optekenen door de dienstdoende verslaggeefster.
‘Ja, ik durf dit’
„Ja, ik durf dit”, sprak Evelien van Soldt zich uit, „iemand moet het doen en ik heb de kennis.” Dat was moedig, want de polarisatie over de lelieteelt in Drenthe groeide. Tot bekladdingen, intimidaties en bedreigingen aan toe. Ook het gezin van de huisarts kreeg daarmee te maken. Niet in de laatste plaats omdat haar echtgenoot Rieuwert de Haan zich ook steeds nadrukkelijker roerde als actievoerder tegen de lelieteelt.

Het overigens ongestaafde verband dat Van Soldt legde tussen de vele ziektegevallen in haar praktijk en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de sierteelt, triggerde de Drentse redactie van deze krant.
We besloten daarop zelf maar op onderzoek uit te gaan. Zijn de bestrijdingsmiddelen echt zo schadelijk voor onze gezondheid? Wat gebeurt er aan onderzoek? Wat doet de overheid om ons, inwoners van Drenthe, te beschermen? Wat doen de telers zelf om het middelengebruik terug te dringen? En last but not least: wordt er echt goud verdiend met die lelieteelt in Drenthe? Of ligt het allemaal een stuk genuanceerder?
Illegaal bezig
In de verhalenserie over de bollenteelt gingen we onder anderen op bezoek bij natuurbeschermer Geert Starre uit Meppel. Voor hem is het zo klaar als een klontje: we moeten direct stoppen met het gebruik van pesticiden. De zelfbenoemd jurist vocht menig robbertje uit in de rechtszaal tegen bijvoorbeeld de provincie Drenthe. „Iedereen die met een veldspuit het akkertje opgaat in Europa is illegaal bezig”, aldus Starre.
„Waarom zou je een gewas telen waar zoveel schadelijke stoffen voor nodig zijn”, vroeg hoogleraar milieu- en gezondheidrisico’s Jeroen van der Sluijs zich af. Hij maakte zich vooral zorgen over het welzijn van insecten in de buurt van leliepercelen.
‘Ongezond voor de mens’
Frans Rooijers en Guido Nijland van burgerinitiatief Meten=Weten plaatsten op hun beurt vraagtekens bij onderzoeksinstituten Ctgb en RIVM. „Er is geen norm voor de hoeveelheid giftige stoffen in de lucht. Je ademt het in, 24 uur per dag, zeven dagen per week (..) Dat is ongezond voor de mens. Dat is wetenschappelijk bewezen.”
Wetenschapsjournalist Simon Rozendaal wordt heel moe van dat soort beweringen. De als chemicus opgeleide Rozendaal schreef een boek over de zin en onzin van toxische stoffen: Paniek om niets. Hij noemt de discussie over de lelieteelt een ‘fantoomprobleem’.
Vitamine D2 is honderd keer zo toxisch als gewasbeschermingsmiddel glyfosaat
Want het gaat er niet om dát die stoffen worden aangetroffen, maar in welke mate ze toxisch en dus schadelijk zijn, stelde Rozendaal in een interview met deze krant. „Vitamine D2 is honderd keer zo toxisch als gewasbeschermingsmiddel glyfosaat.”
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), gevestigd op het Horapark in Ede, is gewend aan de voortdurende kritiek op hun toelatingen van toxische stoffen in bestrijdingsmiddelen.
„Gewasbeschermingsmiddelen behoren tot de best onderzochte stoffen ter wereld. We zouden geen middelen toestaan als we weten dat ze risicovol zijn”, weerlegde Nicole van Straten, manager gewasbeschermingsmiddelen van het Ctgb, de kritiek. De (Europese) normen zijn al streng, in Nederland worden de teugels nog strakker aangetrokken. „We zijn honderd keer strenger dan strikt noodzakelijk.”
Verband glyfosaat en Parkinson?
We brachten ook een bezoek aan het Rijkinstituut voor Volksgezond en Milieu (RIVM) in Utrecht. Daar wordt momenteel onderzoek gedaan naar het verband tussen het in de landbouw populaire bestrijdingsmiddel glyfosaat en een ziekte als Parkinson. Feit is dat die relatie nu nog steeds niet onomstotelijk vaststaat, ondanks alle beweringen en publicaties daarover.

Het RIVM gaat daarbij niet over één nacht ijs. Hun wetenschappelijke onderzoeken SPARK en OBO-2 nemen enkele jaren in beslag. „Een causaal verband is de heilige graal. Dat willen we heel graag en daar werken we hard voor”, sprak projectleider en neurotoxicoloog Harm Heusinkveld de hoop uit wetenschappelijk bewijs te leveren dat die directe relatie tussen glyfosaat en Parkinson bestaat. Of juist niet.
Geboorte van Drentse lelie
De maatschappelijke onrust over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt, al dan niet terecht, leidde er in ieder geval toe dat de achttien lelietelers in Drenthe zelf in beweging kwamen. In het project Duurzame Bollenteelt Drenthe, onder leiding van het Hilbrands Laboratorium (HLB) in Wijster, werden spectaculaire resultaten geboekt. De milieu-impact van de Drentse lelieteelt werd in vijf jaar met 50 procent teruggebracht.
De verduurzamingsslag kreeg een nieuwe impuls met de ‘geboorte’ van de Drentse lelie. Over drie jaar moet de lelieteelt qua gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op hetzelfde niveau zitten als bijvoorbeeld de teelt van aardappelen.

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) bevestigde onlangs in een nieuw onderzoek dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt de afgelopen vier jaar meer dan gehalveerd is.
Het betreft hier overigens landelijke cijfers. Want volgens HLB is de situatie in Drenthe zelfs nog aanmerkelijk gunstiger. „Ik vermoed dat we nu nog maar op zo’n 20 kilo gewasbeschermingsmiddelen per hectare lelieteelt zitten”, becijferde HLB-projectleider Ben Seubring.
Nieuwe bollensoorten
De provincie Drenthe jaagt de ontwikkelingen op de Drentse lelievelden aan met een forse subsidie van 750.000 euro en wil dat de telers hun progressie monitoren en zelfs publiek maken.
De telers zijn niet onverdeeld gelukkig met al die bemoeienissen van bovenaf. Zij zien wel de noodzaak van vergroenen. Maar de bijbehorende investeringen zijn fors. Er moeten compleet nieuwe bollensoorten worden aangeschaft, getest en ontwikkeld. Links of rechts mislukt nog wel eens een complete oogst. Dat kost kapitalen.
Lelies het nieuwe goud?
Dat de lelies het nieuwe goud zijn op het land, wordt door de sector zelf hevig betwist. Ja, de opbrengsten zijn hoog in vergelijking met andere teelten. Maar de risico’s ook. „Je doet het goed als de helft van alle hectares überhaupt geld oplevert”, constateerde lelieteler Gert Veninga uit Hijken in een tweeluik over de economie van de lelieteelt.
Los van de opbrengsten zijn er inmiddels andere zorgen voor de Drentse lelietelers. ‘s Lands hoogste bestuursrechter, de Raad van State, oordeelde vorig jaar dat de telers onverwijld moeten aantonen dat hun activiteiten geen schade toebrengen aan kwetsbare natuur, anders krijgen zij geen vergunning om te telen. De provincie Drenthe, die moet toezien op de handhaving, werkt nu samen met de telers aan een soort generieke voortoets.

Jurist Lolke Braaksma, verbonden als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelde vast dat regionale overheden best meer mogen doen om omwonenden te beschermen tegen de mogelijke schadelijke gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
In een interview met DVHN riep Braaksma provincie en gemeenten op zelf in actie te komen bij gebrek aan landelijke regelgeving. „Vaak wordt tegen een omwonende gezegd: ga zelf maar met de boer praten. Dat is niet de oplossing. De overheid moet zijn verantwoordelijkheid nemen, regels opstellen.”
Geen nieuwe sierteelt in Westerveld
Welnu, de provincie Drenthe verbiedt inmiddels de teelt van lelies binnen 250 meter van Natura 2000-gebieden. De gemeente Westerveld kondigde half december aan dat geen nieuwe sierteelt wordt toegestaan in de gemeente binnen een straal van 50 meter van bebouwing, sportvelden of scholen. Tegenstanders gaat het allemaal niet ver genoeg. Zij eisen dat het pesticidengebruik per direct wordt verboden.
Hoe het allemaal gaat uitpakken in de toekomst, zowel voor bezorgde omwonenden als voor de leliesector zelf, zal moeten blijken. Deze verhalenserie over de bollenteelt mag dan zijn gestopt, het laatste woord is er zeker niet over geschreven.
Dit bericht is op 6-1-26 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden
Na jaren van bewonersprotesten stelt Drentse gemeente tijdelijk sierteeltverbod in
De Drentse gemeente Westerveld verbiedt uitbreiding van sierteelt. Het gaat om een tijdelijke maatregel vooruitlopend op nieuwe regels. Veel bewoners van de gemeente maken zich zorgen over hun gezondheid omdat telers gebruikmaken van bestrijdingsmiddelen.
“Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen”, zegt wethouder Frank Foreman (VVD) bij RTV Drenthe. “Er leven zorgen bij onze inwoners, maar ook bij de telers. Wij vinden dat we duidelijkheid moeten bieden.”
In Westerveld, met kernen als Diever, Dwingeloo en Havelte, werd de afgelopen jaren vaak gedemonstreerd door bewoners, maar soms ook door lelietelers.
De sierteelt is omstreden nadat in 2019 op meerdere plekken in Drenthe in de buurt van lelieteelt 57 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen werden gevonden in groenten en in de bodem. Het RIVM concludeerde twee jaar later dat er een mogelijk verband is tussen die bestrijdingsmiddelen en neurodegeneratieve ziektes, zoals de ziekte van Parkinson.
Vijftig artsen, onder wie huisartsen, kinderartsen en jeugdartsen, riepen de gemeente Westerveld vorig jaar op om het gebruik van pesticiden dicht bij omwonenden per direct te verbieden.
Leliekwekers zelf zeggen dat ze zich aan de wet houden en alleen middelen gebruiken die zijn toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Bewonersdemonstraties
De gemeente bemiddelde de afgelopen jaren meermalen tussen bewoners en telers om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast moet wethouder Foreman regelmatig opdraven als bewoners protesteren tegen de aanleg van een sierteeltveld in de buurt van een basisschool of woonwijken.
“Ieder jaar staan we bij scholen en voeren we dezelfde gesprekken”, stelt hij. “Dan moeten we telers vragen te vertrekken op vrijwillige basis. Dat kan anders.”
We zijn een kleine gemeente en hebben geen kas om grote financiële risico’s te lopen. Frank Foreman, wethouder in gemeente Westerveld
Om te voorkomen dat boeren hun areaal fors uitbreiden of een nieuw veld aanleggen, komt hij nu met een tijdelijk verbod. In februari wil Foreman met definitieve regels komen. Hoe die er uit gaan zien, is nog niet duidelijk.
Op basis van onderzoek heeft de gemeente een aantal scenario’s uitgewerkt: van een totaalverbod tot helemaal niets doen. De voorlopige voorkeur van de wethouder en zijn collega-bestuurders gaat naar uit naar het maken van een strook van 50 meter tussen het veld met de sierteelt en de woningen en scholen. In die strook zou dan geen sierteelt meer mogen komen.
Juridisch houdbaar
“Dat blijkt juridisch het meest houdbaar”, zegt Foreman. “De Raad van State houdt nu ook 50 meter aan ten aanzien van nieuwbouw, dus dat lijkt ook handhaafbaar bij bestaande bouw. We willen geen maatregel nemen die we niet kunnen uitvoeren.”
De gemeente hoopt op deze manier ook zo min mogelijk schadeclaims van boeren te krijgen omdat ze last hebben van de maatregelen. “We zijn een kleine gemeente en hebben geen kas om grote financiële risico’s te lopen.”
Kop boven sierteeltveld
De gemeente Westerveld is een van de eerste gemeenten in Nederland die zelf initiatief neemt en regels opstelt. “We steken onze spreekwoordelijke kop boven het sierteeltveld uit”, aldus Foreman. Hij wijst erop dat ook gemeenten zoals Lochem (Gelderland), Weststellingwerf (Friesland) en Sevenum (Limburg) aan een specifiek sierteeltbeleid werken. “Wat ontbreekt is landelijk beleid. Het wordt nu een soort lappendeken.”
Het gevolg kan zijn dat uiteindelijk rechters het beleid maken, waarschuwt Foreman; omdat het niet meer gaat over wat de gemeente wil, maar wat bij de rechter standhoudt. “We willen echt dat het Rijk duidelijkheid geeft. Ook op thema’s als mest en stikstof blijft dat uit. Dat geeft in de landbouwsector veel onzekerheid.”
Dit artikel is op 18-12-25 gepubliceerd op NOS
Angst voor parkinson wint het van juridische twijfels: Lochem verbiedt lelieteelt
De angst voor parkinson, vervuild drinkwater en kapotte natuur wint het van de twijfels. De gemeenteraad van Lochem verbiedt niet-biologische lelieteelt, ook al vindt het eigen college het onnodig en lastig uitvoerbaar. „Dit soort regels horen op landelijk niveau”, zegt wethouder Marja Eggink. Maar de raad zet door.
Er mag geen niet-biologische lelieteelt meer bijkomen in Lochem, en ook bestaande percelen kunnen straks verboden worden. Dat heeft de gemeenteraad maandagavond unaniem besloten.
Bloementeelt waarbij chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, wordt eerst tijdelijk verboden totdat de nieuwe regels zijn opgenomen in het omgevingsplan.
Dat plan komt van LochemGroen! en kreeg steun van alle partijen, ondanks stevige kritiek van het college. Volgens wethouder Marja Eggink is het verbod onnodig en lastig uit te voeren. „Het gaat om een heel klein deel van ons grondgebied, slechts 0,08 procent. Wij vinden dat dit soort regels op landelijk niveau moet worden afgesproken, niet door een gemeente”, stelt ze.
Toch gaf ze aan dat het college zich aan het besluit zal houden, mits het juridisch uitvoerbaar is. „Als de raad dit besluit, voeren we het uit”, zei ze.
Brede steun ondanks kritiek
En dat gebeurde unaniem. Dus ook Marleen van der Meulen van coalitiepartij D66, ondanks haar bedenkingen. „Het verbieden van chemische middelen ligt helaas niet binnen het bereik van de gemeente. We kunnen alleen iets doen met de bestemming van percelen grond. Idealiter worden maatregelen op Europees niveau genomen, maar we stemmen wel voor.”
Ondanks de bedenkingen en kritiek vanuit het college, is Calle Janssen hoopvol over de haalbaarheid. „Het juridische advies laat geen twijfel: dit is haalbaar en het is een goed traject. Er zijn op dit moment geen aanvragen voor nieuwe lelieteelt in Lochem, maar we willen dit voor de toekomst uitsluiten.”
Gezondheid en natuur centraal
De discussie over niet-biologische sierteelt speelt al langer in Lochem. In april 2025 nam de raad unaniem een motie aan waarin het college werd gevraagd de juridische mogelijkheden voor een verbod te onderzoeken.
In september stelde het college dat een verbod niet haalbaar was. De raad trok die conclusie in twijfel en vroeg om juridisch advies van HBR Advocaten. Uit dat advies bleek dat een verbod wél mogelijk is, door eerst tijdelijke regels op te stellen en daarna het omgevingsplan aan te passen. Andere gemeenten, zoals Haaksbergen en De Friese Meren, hebben dit al gedaan.
De zorgen over niet-biologische sierteelt hebben vooral te maken met de intensieve bestrijding met chemische middelen, zoals glyfosaat. Omwonenden vrezen gezondheidsrisico’s, zoals een verhoogd risico op Parkinson, en schade aan natuur en drinkwater. Eerdere plannen voor lelieteelt in Lochem leidden tot felle protesten, waarna de gemeente de vergunning introk.
Met deze motie zet Lochem een volgende stap in de strijd tegen niet-biologische sierteelt. De komende anderhalf jaar moet blijken hoe het college dit besluit in de praktijk gaat uitvoeren en welke gevolgen het heeft voor agrariërs in de regio.
Dit bericht is op 9-12-2025 gepubliceerd in De Stentor.
Juryvoorzitter Duurzame 100 over de winnaar: ‘Pesticiden vind je in huisstof, natuurgebieden en op schoolpleinen. Dat weet nu iedereen’
Jarenlang was Meten=Weten een subtopper in de Duurzame 100. De toppositie is een kroon op het werk van de vereniging, zegt juryvoorzitter Hanneke van Ormondt. ‘Ze hebben echt wat aangezwengeld.’
De Duurzame 100 mag dan inmiddels zeventien jaar bestaan, van stilstand is allerminst sprake. Bijna de helft van de initiatieven komt dit jaar nieuw binnen. Acht van de tien categorieën hebben een nieuwe nummer 1 gekregen.
Een allesomvattende trend is daarbij lastig te bespeuren: de Duurzame 100 van 2025 biedt ruimte aan meerdere verhaallijnen. Projecten die duurzaamheid juist koppelen aan armoedebestrijding en de emancipatie van kwetsbare groepen deden het goed. Ook initiatieven die het recht inzetten om maatregelen af te dwingen wanneer de overheid dat nalaat zijn in opkomst, bijvoorbeeld in de vorm van twee collectieven van duurzame advocaten.
Ook de nummer 1 van dit jaar springt in een gat dat de overheid laat vallen. Meten=Weten maakte al jaren met eigen onderzoek duidelijk hoe wijdverspreid bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving zijn terug te vinden. “Ze hebben echt iets aangezwengeld”, vindt juryvoorzitter Hanneke van Ormondt. “Pesticiden vind je terug in huisstof, in natuurgebieden en op schoolpleinen. Dat weet nu iedereen.” Die kennis speelde dit jaar bovendien een rol bij enkele baanbrekende uitspraken van rechters over middelengebruik.
Bestrijdingsmiddelen waren groot thema
Vooral in Drenthe, de bakermat van Meten=Weten, groeide de discussie over bestrijdingsmiddelen uit tot een groot thema. Dat was goed terug te zien in de lijst met nominaties. Daarop prijkt ook een nieuwkomer als AARDige Buren, een collectief dat omwonenden ondersteunt bij rechtszaken over pesticiden, maar dat ook via gesprekken met telers en hun buren probeert om juridische stappen te voorkomen. AARDige Buren eindigde op 7 in de categorie gezondheid.
Nieuw dit jaar was verder Gifvrij Westerveld, een initiatief van bezorgde Drentse huisartsen over de gezondheidsschade door bestrijdingsmiddelen uit de bollenteelt. Dat viel net buiten de lijst. Dat gold ook voor het Pesticide Action Network Netherlands (Pan), dat vorig jaar nog wél in de lijst stond. “De hoeveelheid initiatieven laat zien dat het thema leeft”, zegt Van Ormondt. “Meten=Weten is daarbij beloond met de eerste plaats in de lijst, maar dat straalt net zo goed af op de andere collectieven rond dit thema.”
Opvallende nieuwkomers
De jury van de Duurzame 100 bestaat uit twaalf specialisten met verschillende invalshoeken. Zij vergaderen twee middagen over wat er in de lijst met nominaties opvalt. Elk jurylid stuurt vervolgens zelf een beoordeling in: daarbij maakt ieder zijn eigen afwegingen. In die zin is de Duurzame 100-jury nooit unaniem. En zeker dit jaar niet.
“We hadden dit jaar een zeer gemêleerde jury, en dat is juist goed”, zegt Van Ormondt. “Het is mooi om de discussies te zien: ik zit bijvoorbeeld helemaal niet in de sport- en cultuurwereld en ook een deel van de startende ondernemers kende ik nog niet.” Sinds vorig jaar bestaat de Duurzame 100 uit tien verschillende categorieën met elk een eigen top 10. “Dat zorgt voor een bredere lijst.”
Welke opvallende nieuwkomers zijn haar bijgebleven? Transitietaal bijvoorbeeld, het initiatief van taalstrateeg Jens van der Weele om de terminologie van de klimaat- en duurzaamheidsdiscussie onder handen te nemen. Hij spreekt niet over het broeikaseffect, maar over een ‘hete koolstofdeken’ en ziet bijvoorbeeld de ‘plofkip’ van Wakker Dier als een succesvolle voorbeeldterm. “Heel belangrijk”, vindt Van Ormondt. “Juist rechts-populisten spelen vaak met taal en creëren zo sterke beelden. Dat zouden organisaties die zich met klimaat en natuur bezighouden veel meer kunnen doen.”
Dit bericht is op 10/10/25 gepubliceerd in Trouw
Hilvarenbeek is in 2040 vrij van bestrijdingsmiddelen, boeren zijn teleurgesteld
Na 2040 mag geen enkel bedrijf nog chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken in Hilvarenbeek. Aan het plan dat al bestond, is nu de deadline van vijftien jaar gehangen. ‘Het gaat om een gezond woon- en leefklimaat.’
„Het is niet morgen al juridisch afdwingbaar, maar wel een stip op de horizon”, zei Jelle van den Corput (HOI Werkt) tijdens de behandeling van de zogenoemde omgevingsvisie. Daarin staan de ambities van de gemeente Hilvarenbeek tot 2050.
De publieke tribune bleek afgelopen week klein voor de behandeling van de visie. Die mensen kwamen vanwege de plannen waar de agrarische sector mee te maken krijgt. Zo worden er zo snel mogelijk spuitzones van vijftig meter uitgezet. Als er nieuwe woningen, een school of bijvoorbeeld een zorginstelling worden gebouwd, dan mogen daar geen bestrijdingsmiddelen in de buurt worden gebruikt.
„We moedigen de sector aan om te innoveren. Om kleinschalige modellen in te richten. We staan verschillende vormen van bedrijvigheid toe en we werken naar duurzaamheid, een grotere rol voor de natuur. Het gaat om een gezond woon- en leefklimaat”, zei wethouder Piet Machielsen daarover.
Voordat de visie werd besproken, hield Anouk Moonen een gloedvol betoog om de landbouw niet te beperken. Haar familie heeft een melkveebedrijf. „Ik zie veel ontwikkelingen, veel kansen om te investeren in technische oplossingen. Om een circulaire landbouw na te streven. Daar heb je wel bedrijven van omvang voor nodig. Binnen deze omgevingsvisie zijn daar geen mogelijkheden voor.”
Dat is 45 miljoen euro afwaardering. Die kosten zullen we samen moeten betalen– Bart Rijnen, ZLTO
Bart Rijnen, voorzitter van de ZLTO in Hilvarenbeek en omgeving, rekende voor dat landbouwgrond veel minder waard zou worden. Want niet spuiten betekent beperkingen voor het gebruik. ,,In Hilvarenbeek gaat het om 450 hectare, dat is 45 miljoen euro afwaardering. Die kosten zullen we samen moeten betalen.”
Het CDA en de VVD probeerden nog de zones uit de visie te krijgen. Waarom voorop lopen als hogere overheden daar nog niet om vragen? Het CDA vormt met HOI Werkt een coalitie, maar op dit punt werden ze het donderdag niet eens. HOI Werkt bleef achter de keuzes van de gemeente staan.
Het inrichten van zones van 250 meter bij Natura 2000-gebieden werd wel afgezwakt, met steun van HOI Werkt. Daarover hadden CDA en VVD de koppen bij elkaar gestoken en een wijziging van de visie geschreven. Die zones worden pas ingericht als de provincie daarover een besluit heeft genomen.
Ook over woningbouw zijn voornemens geformuleerd. Zo is onder meer bepaald dat er uiteindelijk maar vier lagen hoog gebouwd mag worden. Leegstaande winkelpanden buiten het winkelgebied kunnen een andere bestemming krijgen. En hout stoken mag niet meer, behalve in een kacheltje thuis.
Dit bericht is op 29/09/25 gepubliceerd in het AD
Gebruik van bestrijdingsmiddelen met steeds meer argwaan bekeken
Het wordt steeds duidelijker welke schadelijke gevolgen bestrijdingsmiddelen hebben voor de natuur en onze gezondheid. Parkinson en kanker worden ermee in verband gebracht en dit jaar verbood de rechter op twee plekken het gebruik ervan.
Tot diep in beschermde natuurgebieden komen bestrijdingsmiddelen voor. Dat concludeerde De Vlinderstichting na eigen onderzoek. Het was slechts een opsomming van tien Natura 2000-gebieden en welke bestrijdingsmiddelen daar waren aangetroffen.
Het was dan ook nog maar het begin van een groter onderzoek van De Vlinderstichting naar de gevolgen van bestrijdingsmiddelen. Maar het was wel weer een signaal dat de natuur en bestrijdingsmiddelen met elkaar op gespannen voet leven. En ook de volksgezondheid komt steeds vaker om de hoek kijken.
Zo worden bestrijdingsmiddelen in verband gebracht met ziektes als parkinson en kanker. “Het is duidelijk dat bij het binnenkrijgen van een bepaalde hoeveelheid pesticiden dat parkinson kan veroorzaken”, weet Teus van Laar, neuroloog bij het UMC Groningen. Ook huisartsen die op plekken werken waar veel met bestrijdingsmiddelen wordt gewerkt, zien meer gevallen van parkinson, vertelden ze in meerdere media.
Bij Franse wijnboeren is parkinson een bekende ziekte en deze zomer concludeerden Italiaanse onderzoekers dat ratten vaker kanker krijgen als ze meer van de onkruidbestrijder glyfosaat binnenkrijgen. Als uit verder onderzoek inderdaad blijkt dat glyfosaat kanker kan veroorzaken, dan moet het gebruik ervan direct verboden worden, stelde de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO).
Maar het is lastig te bepalen welke hoeveelheid het gebruik van pesticiden wel geoorloofd maakt, zegt Van Laar. “Elk individu reageert er ook anders op. Net als met roken.”
“Als je heel voorzichtig bent, gebruik je helemaal niks. Het is zoeken naar een balans”, zegt Annemarie van Wezel. Zij is hoogleraar Milieukwaliteit en Gezondheid aan de Universiteit Utrecht.
Waterdieren gaan dood door cocktails van middelen
Van Wezel zit ook in het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Een hele mond vol, maar kortgezegd de instantie die beoordeelt welke bestrijdingsmiddelen in Nederland gebruikt mogen worden. Biociden horen daar ook bij: bijvoorbeeld desinfectie- of schimmelbestrijdingsmiddelen, die veel in keukenkastjes te vinden zijn.
Bij de toelating van een middel kijkt het Ctgb naar het individuele bestrijdingsmiddel. Naar het totaal aan aanwezige middelen in het milieu kijkt het college niet. Terwijl juist die mix aan bestrijdingsmiddelen in bijvoorbeeld het water ervoor zorgt dat veel planten en dieren doodgaan, zoals je in het verhaal hieronder kunt lezen.
“Die ‘cocktails’ zijn zeker relevant”, zegt Van Wezel. “We proberen bij het Ctgb te signaleren hoe de wetgeving kan verbeteren, maar we zijn wel gebonden aan de huidige wetgeving.” Met andere woorden: als in de wet staat dat bepaalde middelen toegestaan zijn, dan kan het Ctgb niet bepalen dat die middelen toch niet op de markt mogen worden toegelaten.
Ook lastig is dat niet altijd duidelijk is welke mix van bestrijdingsmiddelen een giftige cocktail vormt. “Wisten we dat maar”, verzucht Van Laar.
Rechters streng over gebruik bestrijdingsmiddelen
Hoewel bepaalde middelen zijn toegelaten, moet er strenger gekeken worden naar de schade die bestrijdingsmiddelen aanrichten, oordeelden twee rechters in de afgelopen maanden. Deze zomer oordeelde de rechter dat een Limburgse lelieteler drie jaar lang geen pesticiden mag gebruiken. Het is volgens de rechter niet duidelijk wat het risico is op parkinson en andere ziektes.
In april was het de Raad van State (de hoogste bestuursrechter) die vond dat lelietelers in Drenthe een natuurvergunning hadden moeten aanvragen voor het gebruik van pesticiden.
Als onduidelijk is welke gevolgen bestrijdingsmiddelen hebben op de natuur, is zo’n vergunning nodig. Dat kan grote gevolgen hebben voor telers. LTO sprak van een uitspraak die in de praktijk “onuitvoerbaar” is.
Neuroloog Van Laar vindt dat de uitspraken van de rechter “hoop bieden”. “Dat zijn heel belangrijke uitspraken. Want het wordt steeds duidelijker dat we voorzichtiger moeten zijn.”
Veel mogelijkheden om geen pesticiden te gebruiken
Van Wezel vindt dat boeren soms te snel naar de gifspuit grijpen. “Heel veel agrariërs zijn nog opgeleid met het idee dat het vanzelfsprekend is om pesticiden te gebruiken. Terwijl er heel veel mogelijkheden zijn om geen chemische middelen te gebruiken”, zegt de hoogleraar.
“Door een andere inrichting van de landbouw denk ik dat je het gebruik van pesticiden sterk kunt verminderen”, stelt ze. “Bijvoorbeeld door gebruik te maken van natuurlijke vijanden en groenere middelen, maar ook door preciezere toediening wanneer chemie wel nodig is. Daar ben ik absoluut voor.”
Om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te minderen, zijn politieke besluiten nodig. “Dat kan sneller dan het nu gaat. Maar dat heeft ook te maken met draagvlak en een sterke lobby”, zegt Van Wezel.
Ook Van Laar ziet die sterke lobby. Hij heeft “niet de illusie” dat er binnenkort geen bestrijdingsmiddelen meer worden gebruikt. Er zijn volgens hem te veel financiële belangen om in de landbouwsector zomaar te stoppen met bestrijdingsmiddelen.
“We gaan door tot het tegendeel bewezen is, wordt altijd gezegd”, stelt de neuroloog. “Maar stel je voor dat je woont bij zo’n akker waar lelies worden geteeld. Dan ben je toch aardig de sjaak.
Dit artikel is op 24-08-2025 gepubliceerd op Nu.nl
Nederland beschermt burgers niet genoeg tegen risico’s op parkinson, oordeelt gerechtshof
In een uitspraak over pesticiden bij lelieteelt geeft het gerechtshof in Den Bosch de wetgever en de toelatingsorganisatie een veeg uit de pan. De middelen zijn niet getoetst op risico’s op parkinson of ontwikkelingsstoornissen bij jonge of ongeboren kinderen.
Een boer in het Limburgse Sevenum mag de komende drie jaar geen bestrijdingsmiddelen gebruiken bij de teelt van lelies. Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch oordeelde dinsdag dat de boer een bijzondere zorgplicht heeft voor direct omwonenden en dat hij een onrechtmatige daad pleegt als hij volgens plan in 2027 een van zijn akkers in de buurt van een woonwijk gebruikt voor lelieteelt.
In zijn uitspraak in hoger beroep geeft het hof de Nederlandse staat een stevige tik op de vingers. De regelgeving in Nederland schiet tekort om kwetsbare groepen te beschermen tegen risico’s voor de gezondheid bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, stelt het hof.
Voorzorgsbeginsel
Tijdens de toelatingsprocedure voor de middelen die de lelieteler wil gebruiken is geen onderzoek gedaan naar risico’s op de ziekte van Parkinson en andere neurodegeneratieve ziektes, en op ontwikkelingsstoornissen voor jonge of ongeboren kinderen. Dat had wel gemoeten, oordeelt het hof, omdat de middelen een potentieel gevaar opleveren voor het ontstaan van deze ziektes.
In geval van twijfel kan de overheid het voorzorgsbeginsel toepassen door het gebruik van middelen te beperken of te verbieden. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) had daarom wetenschappelijke deskundigen om een risicobeoordeling moeten vragen. Zo’n beoordeling is verplicht als gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.
Geen adequate nationale wetgeving
Een teler moet erop kunnen vertrouwen dat bij het gebruik van toegelaten middelen geen reëel gevaar op gezondheidsschade bestaat, zegt het hof. Maar bij de boer in Sevenum is hiervan geen sprake, omdat Nederland zich niet aan de Europese verplichting voor een risicobeoordeling heeft gehouden.
Daar komt nog bij dat Nederland volgens het hof een Europese richtlijn over duurzaam gebruik van pesticiden niet goed in de nationale wetgeving heeft verwerkt. Volgens die richtlijn moet een lidstaat het gebruik van pesticiden minimaliseren in gebieden met kwetsbare groepen als kinderen, ouderen en zwangere vrouwen. In plaats daarvan heeft Nederland een algeheel verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ingevoerd, maar daarvan is onder andere gebruik in de landbouw uitgezonderd.
GroenLinks-PvdA: Goed nieuws
In mei vorig jaar oordeelde de rechtbank in Roermond al dat de boer in Sevenum geen gif mocht spuiten. Die zaak was aangespannen door 35 omwonenden. Op advies van LTO Nederland en de Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur (KAVB) ging de boer in hoger beroep bij het gerechtshof. Dat bevestigt het spuitverbod en legt de bal nu bij de wetgever.
“De uitspraak is goed nieuws voor mensen die zich zorgen maken over hun gezondheid, en ook voor de natuur”, zegt Tweede Kamerlid Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) in een reactie. “Belangen als volksgezondheid, voedselzekerheid en een gezonde natuur moeten veel zwaarder gaan wegen. Met deze uitspraak in de hand is wetgeving de volgende logische stap. Dat zal van het volgende kabinet moeten komen. Het huidige kabinet laat boerenbelangen zwaarder wegen dan volksgezondheid.”
“We zijn enorm opgelucht”, zegt omwonende Carel Otten. “We hopen dat de overheid overmatig pesticidengebruik rondom woningen gaat verbieden, zodat wij niet meer tegenover telers in de rechtbank hoeven te staan.”
114 kilo pesticiden per hectare
De omwonenden kregen steun van Aardige Buren, een coalitie van maatschappelijke organisaties die bewoners helpt op te komen voor een gezonde leefomgeving. De organisatie wijst erop dat de toelatingsprocedure voor pesticiden hiaten bevat en dat de overheid nalatig is.
Boeren telen vaak lelies als ‘tussengewas’, om te voorkomen dat de grond uitgeput raakt door de teelt van steeds dezelfde gewassen. Met een goede oogst kan de grond herstellen én valt er goed te verdienen. Telers voeren geregeld aan dat ze maar eens in de zoveel jaar spuiten wat voor lelies nodig is, en dan alleen van mei tot september. Aardige Buren stelt daartegenover dat voor de lelieteelt 114 kilo pesticiden per hectare nodig is, tegen 25 kilo bij tulpen, 8 bij aardappelen en 3 bij tarwe.
Dit artikel is op 22-07-2025 gepubliceerd in Trouw.
Hof bevestigt verbod op lelieteelt in Sevenum om gezondheidsrisico voor omwonenden
Inwoners van Sevenum krijgen voorlopig geen lelieteelt naast hun huis. Het gerechtshof van Den Bosch bevestigde dinsdag het verbod op lelieteelt naast een woonwijk in het Limburgse dorp. Voor de teelt zijn veel bestrijdingsmiddelen nodig, die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid.
De uitspraak is de derde juridische nederlaag voor Nederlandse lelietelers in iets meer dan een jaar tijd. Vorig jaar legde de rechtbank Roermond in een kort geding al een verbod op. In april oordeelde de Raad van State in een andere zaak dat lelieteelt mogelijk schadelijk is voor de natuur, en dus vergunningsplichtig. Donderdag bevestigde het hof het eerdere verbod, en de kritiek op het handelen van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Voor de teelt van lelies zijn uitzonderlijk veel bestrijdingsmiddelen nodig. Het wetenschappelijke bewijs dat die middelen bij mensen tot neurodegeneratieve ziektes kunnen leiden, zoals parkinson, groeit de laatste jaren. Ook lijken ze invloed te hebben op de ontwikkeling van (ongeboren) kinderen. In de toelatingsprocedure van het Ctgb is echter geen aandacht voor dergelijke risico’s. Ook heeft Nederland niet de vereiste risicobeoordeling laten uitvoeren. Het Ctgb bevestigt dit.
Voorzorgsbeginsel
Het gerechtshof oordeelt dat dit in strijd is met het zogeheten voorzorgsbeginsel. Hoewel de middelen die de teler wil gebruiken zijn toegestaan, kan hij er dus niet van uitgaan dat het gebruik niet ten koste zal gaan van de gezondheid van omwonenden. Het hof verbiedt daarom lelieteelt op het perceel tot eind 2028.
Het hof wijst er ook op dat Nederland de Europese richtlijn omtrent duurzaam gebruik van pesticiden niet goed heeft ingevoerd. Daarin staat dat lidstaten het gebruik van zulke middelen in de buurt van kwetsbare groepen, zoals kinderen en ouderen, moeten minimaliseren. Dat is niet in de Nederlandse wet opgenomen, waardoor de bescherming van die kwetsbare groepen tekortschiet.
De zaak is aangespannen door 35 omwonenden van het perceel. Sommigen wonen op enkele tientallen meters van de grond waar de lelies zouden verschijnen. De teler bood aan een bufferzone aan te houden van 50 meter en het aantal middelen te beperken, maar dat was voor de omwonenden niet genoeg. Zeven van de middelen die hij wilde gebruiken, kunnen mogelijk hersenschade aanrichten.
‘Sectoraangelegenheid’
In mei vorig jaar oordeelde de rechtbank Roermond dat de kans op gezondheidsschade bij omwonenden zwaarder weegt dan het commerciële belang van de teler. Daarbij wees de rechter op het hoge gebruik van bestrijdingsmiddelen bij lelieteelt en het feit dat resten daarvan tot op 250 meter afstand terug worden gevonden.
De teler zelf zag aanvankelijk af van hoger beroep, maar brancheorganisaties LTO en KAVB noemden de zaak een ‘sectoraangelegenheid’. Zij zagen de uitspraak als een bedreiging voor de lelieteelt in heel Nederland. De teler ging alsnog in beroep en zei tijdens de zitting: ‘Ik zit hier voor al mijn collega’s.’
Het vonnis van de rechtbank geldt vooralsnog alleen voor het perceel in Sevenum, en tot 2028. Maar ook elders in het land hebben omwonenden rechtszaken aangespannen tegen lelietelers. Deze uitspraak versterkt hun positie in de rechtbank.
‘We zijn enorm opgelucht’, zegt Carel Otten, een van de omwonenden. ‘Nu hopen dat de overheid overmatig pesticidengebruik rondom woningen gaat verbieden, zodat wij niet meer tegenover telers in de rechtbank hoeven te staan.’
Dit artikel stond op 22-07-2025 in De Volkskrant.
Opinie: verbied pesticiden in de bloementeelt, ook al is er nog geen bewijs voor de risico’s ervan
Als wetenschappers dringen wij erop aan pesticiden in de bloementeelt te verbieden nog vóór er wetenschappelijk bewijs is voor de schade die dit met zich meebrengt. Tijd om daarop te wachten, hebben we namelijk niet, betogen Nico van den Brink en Paul van den Brink.
Nico van den Brink is hoogleraar Toxicologie aan Wageningen Universiteit. Paul van den Brink is hoogleraar Chemische Stress Ecologie aan Wageningen Universiteit.
De laatste tijd is er veel discussie over de risico’s voor biodiversiteit en de mens van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw, met name in de bloemen- en bloembollenteelt. Boeren zeggen dat ze niks verkeerd doen: alle stoffen die ze gebruiken zijn toegestaan. Bewoners brengen daar tegenin dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt geassocieerd met de teruggang van biodiversiteit en een toename van neurologische aandoeningen als parkinson en alzheimer. Beide partijen hebben gelijk.
Dus hoe nu verder? De toelating is opgetuigd om de grenzen aan te geven van wat aanvaardbare risico’s zijn. Bij dit ‘risicoprincipe’ worden de risico’s van het gebruik van bestrijdingsmiddelen afgewogen tegen de voordelen van hetgeen we willen beschermen. Die risico’s, die er altijd zijn als moedwillig bestrijdingsmiddelen in het milieu worden gebracht, worden wetenschappelijk vastgesteld. Of ze aanvaardbaar zijn, is vervolgens een maatschappelijke afweging.
Bij gebrek aan onomstotelijk wetenschappelijk bewijs dat bestrijdingsmiddelen leiden tot neurologische aandoeningen en verlies van biodiversiteit, blijft die maatschappelijke besluitvorming achter. En gezien de alarmerende signalen die erop duiden dat hier wel degelijk een relatie tussen bestaat, is dat onaanvaardbaar.
Bewijs laat op zich wachten
Parkinson én het verlies aan biodiversiteit kennen vele oorzaken, even als het verlies van biodiversiteit– het leggen van een causaal verband met bestrijdingsmiddelen is daarom erg ingewikkeld. Het bewijs voor een oorzakelijk verband kan echter nog lang op zich laten wachten. Maar die tijd hebben we niet.
Ook al zijn wij wetenschappers, pleiten wij er daarom voor om niet te wachten op wetenschappelijk bewijs. Op basis van het zogenoemde ‘voorzorgsprincipe’ hoeft men niet te wachten met milieubeschermende maatregelen totdat onomstotelijk bewijs van de schadelijke effecten is geleverd, aldus artikel 1.4 van de verordening die de toelating van bestrijdingsmiddelen voor de EU regelt.
De bloemen- en bloembollenteelt lenen zich goed voor het gebruik van het voorzorgsprincipe, aangezien het bestrijdingsmiddelengebruik in deze teelt erg hoog is en de sector geen voedsel produceert wat vaak een argument voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen is.
Bied boeren compensatie
Vanuit het voorzorgsprincipe stellen wij dan ook dat er snel besloten moet worden om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bloemen- en bloembollenteelt te verbieden. Boeren zullen dan over moeten naar alternatieve teelten, op basis van duurzame methodes die momenteel ontwikkeld worden. Hiervoor moeten ze tijd krijgen. Of ze moeten op een andere manier worden gecompenseerd.
Verlies van biodiversiteit heeft niet alleen gevolgen voor de natuur, maar bijvoorbeeld ook voor onze landbouw, het toerisme en andere sectoren. En parkinson en vergelijkbare aandoeningen zijn mensonterend.
Deze aanpak is overigens niet nieuw: we hebben dit eerder gedaan. Namelijk in relatie tot asbest.Als we in dat dossier op het sluitend wetenschappelijk bewijs hadden gewacht, waren er nog veel meer slachtoffers te betreuren geweest.
Deze opinie is gepubliceerd in De Volkskrant.
Gemeenten worstelen met lelieteelt, maar andere landen willen de bollen graag hebben. Hoe zit dat?
De lelieteelt staat onder druk in Nederland. In verschillende gemeenten, ook in Fryslân, wordt geprotesteerd tegen het intensieve gebruik van pesticiden bij de teelt van de bloemen. Toch behoren leliebollen tot de meest geëxporteerde bloembollensoorten. Hoe kan dat?
Al jarenlang worden de Nederlandse leliebollen vooral geëxporteerd naar China, de Verenigde Staten, Vietnam, Mexico en Colombia. De bloem heeft in die landen vaak een grote culturele betekenis.
In China bijvoorbeeld staat de lelie symbool voor een lang en gelukkig huwelijk. Vrouwen krijgen daarom vaak op hun trouwdag een boeket lelies.
Raad Weststellingwerf
In Friesland worden op tientallen hectares leliebollen geteeld. Gemeenten worstelen ermee: aan de ene kant zijn er inwoners die zich zorgen maken over hun gezondheid vanwege pesticiden. Aan de andere kant is er ook het belang van de lelieteler, waarmee ze rekening willen, of moeten, houden.
Maandagavond wordt er in de gemeenteraad van Weststellingwerf gesproken over de lelie. Burgemeester en wethouders willen toewerken naar een verbod op nieuwe lelieteelt. Bestaande teelt verbieden is juridisch gezien een lastig verhaal.
Ook andere gemeenten worden strenger als het gaat om lelieteelt. Onlangs legde ook de gemeente De Fryske Marren beperkingen op.
Lees het hele artikel van Omrop Fryslân hier.
Yvon Jaspers maakt programma over Parkinson na diagnose broer
Yvon Jaspers werkt aan een programma over parkinson, nadat de ziekte een jaar geleden werd vastgesteld bij haar 43-jarige broer Willem. Met het maken van het programma voelt Jaspers zich alsof ze „in een spagaat zit”.
Yvon Jaspers: ’Link tussen parkinson en het boerenbestaan’
„Bestrijdingsmiddelen, pesticiden die wereldwijd gebruikt worden in de landbouw om ons voedsel te produceren en waarvan we denken dat het oké is omdat het gebruik ervan is goedgekeurd, spelen een aantoonbare rol in het krijgen van parkinson”, aldus de presentatrice, die veel programma’s maakt over het boerenleven. „Dus enerzijds is er het boerenbestaan waar ik al twintig jaar met veel liefde televisie over maak en anderzijds is er nu mijn broer die zo jong parkinson heeft.”
Voor Jaspers is het een verhaal dat ze niet kan negeren. Ze voert gesprekken met een neuroloog van het Radboud UMC in Nijmegen. „Met een groot team doet hij al jaren onderzoek naar het gezondheidseffect van bestrijdingsmiddelen. Hij liet me landkaarten zien, van onder andere Frankrijk en Canada. Die tonen aan dat parkinson vooral voorkomt in landbouwgebieden.”
Lees het hele artikel hier van de Telegraaf.
Onderzoekers vinden verband tussen glyfosaat en kanker bij proefdieren
Een grootschalig internationaal onderzoek met ratten laat een statistisch significant verband zien tussen glyfosaat – de werkzame stof van onkruidverdelger Roundup – en kanker. Deskundigen noemen de bevindingen “baanbrekend” en “zorgwekkend”. Zij vinden dat de Europese toelatingsautoriteiten de stof zo snel mogelijk moeten herbeoordelen.
Onderzoekers uit Europa en de Verenigde Staten vonden onder meer een statistisch significant verband tussen glyfosaat en leukemie. Ook was er een link met meer dan tien andere tumoren, waaronder huid- en leverkanker. Daniele Mandrioli, die de leiding had over de studie, vertelt dat er met drie verschillende concentraties glyfosaat is getest. “We zagen in elke testgroep meerdere tumoren. Dat versterkt het bewijs dat de stof kankerverwekkend is.”
De onderzoekers van onder meer het Ramazzini Instituut, King’s College London en Boston College hebben niet alleen de werkzame stof glyfosaat getest, maar ook twee pesticiden mét glyfosaat, waaronder een type Roundup dat in Europa wordt gebruikt.
Lees het hele artikel hier op Zembla.